Onze Veldschool

Mérite le détour
(Guide Michelin 2001)

Dentergem. Gelegen op de grens tussen Oost- en West-Vlaanderen. Dentergem, een landelijke gemeente in de buurt van Tielt, Deinze en Waregem. Dentergem, waar de mensen belangrijk zijn, waar de pensen omvangrijk zijn. 

Dentergem, één school: het Veld: terug naar de bron!

Traditie en eerlijke eenvoud.

Het Hoenderveld, 't Veld, gelegen aan de voet van de Tieltse Poelberg. Onder de schaduw van deze molen leeft een school, waar de kinderen nog kind mogen zijn. Ons schooltje is er: klein, maar fijn.

't Hoenderveld

1874-2005

131 jaar aan de top

1863

      'Over eenige jaren bezat Denterghem, buiten de kerk, niet één openbaer gesticht. In het jaer 1829 bekwam het de Gemeenteschool, thans bestuerd door den geleerden en verdienstelyken Heer J.B. Mervillie. Tot de opregting van het klooster heeft deze school gediend voor het onderwys der kinderen van beide geslachten. In de rampvolle jaren veertig, door de vlijtige zorg van den eerweerden Heer A. Bonneure en de medewerking van het Armbestuer, kwamen er twee nu nog bestaende Speldewerkscholen tot stand: eene op de Plaets, en eene op de Bunders, eenen verlaten hoek van de parochie. Deze laetstgenoemde school zegt men, zal welhaest geplaetst worden op het Hoenderveld alwaer men een nieuw schoollokael zal stichten; zoo zal deze school, meer in het midden der parochie gesteld zynde, meerder voordeel verschaffen. Daerby gaet het Staetsbestuer, zegt men nog, eenen Proeftuin inrigten, zoo als er reeds in Holland bestaen.'

door N. Scherpereel, Pastor

Anno Domine 1863

uit Eene Geschiedkundige Schets Van Denterghem

 

 

 

 Onze schoolgeschiedenis

Arm en ongeschoold

Omstreeks 1850 situeerde de grootste armoede zich niet zozeer in het centrum van Dentergem, maar wel op het Hoenderveld, de Bunders, de Kapelhoek en een deel van de Westhoek, de bosrijke, maar toch relatief dichtbevolkte wijken aan de westzijde van de gemeente, grenzend aan Tielt. Volgens een telling eind 1846 woonden er daar 769 burgers (op een totaal van 2818) verspreid over 136 woningen.

Victoria Devent en haar spinschooltje

In 1849 opende Victoria Devent (geboren te Ingelmunster (1797) en weduwe van Karel –Filip Tack) op eigen houtje een spinschooltje op de Kapelhoek. Voor de eerste maal in de Dentergemse geschiedenis kregen de kinderen van het Veld de kans op onderwijs. De inwoners keken argwanend naar het nieuw opgestarte spinschooltje op. In september 1850 zaten er in de hofstede van de familie Claus 18 kinderen vlas en Batiste garen te spinnen aan in totaal 18 spinnenwielen. De school lag toen in het huis, waar nu Stefaan Lauwers en Gerda Lambrecht wonen, de ouders van Nele en Eva: Tieltseweg 44, nu totaal verbouwd. Victoria Devent leidde het schooltje en woonde zelf wat verderop in een boerderijtje, richting koortskapel, nummer 37, bewoond door Gerard Verdonck. Het initiatief van Victoria Devent was een particuliere inrichting. Het stond dus zeker niet onder het gezag van het armbestuur, wat met de tijd eerder een nadeel dan een voordeel zou worden. Het armbestuur gaf dus geen geldelijke steun aan Victoria's onderneming. Zij kocht het vlas zelf en gaf het aan de jongens en meisjes. De kinderen werkten aan 0,04 frank tot 0,14 frank per geleverde arbeidsdag. Tussen september 1850 en november 1852 daagden er gemiddeld 15 leerlingen op, waarvan de 5 besten 15 centiemen per maand "onderhoudsgeld" betaalden aan Victoria. Dit om de financiële zorgen van de meesteres enigszins te verlichten. Zo verdiende zij per jaar een extra 9 frank bij haar 25 frank subsidiegeld, geschonken door het armbestuur. Met een budget van 34 frank moest Victoria het stellen. Ze betaalde hiervan 12 frank huur voor het 'schoollokaal'. In 1853 hield de spinschool op te bestaan. Enkele ouders op 't Veld waren een extraatje armer en hun illusie en school kwijt.

Terug zonder school

Op 11 september 1861 had er een gewichtige gemeenteraadszitting plaats. Deels als gevolg van het aanzienlijk aantal leerlingen , maar vooral op aanstuwen van arrondissementscommissaris Vandenbergh werd er beslist een nieuwe gemeenteschool te bouwen op het Hoenderveld. In november 1859 had het armbestuur via Vandenbergh een schrijven gericht aan de gouverneur met de vraag financieel tussen te komen in de geplande verbouwingswerken. De provinvie had aan dit verzoek geen gehoor gegeven omdat:

1° niet het armbestuur maar de gemeente dit moest doen ( de weg volgen dus! )

2° omdat de vraag financieel onredelijk was

3° omdat het hier niet ging om een nieuwbouw maar om een renovatie.

Voorstel tot bouw nieuwe gemeenteschool

Daarom stelde Vandenberghe voor een totaal nieuwe gemeenteschool te bouwen op een partij grond van het armbestuur waarvan de oppervlakte 34 are en 29 ca besloeg. Dit was gelegen in de Veldstraat zowat 150 meter achter de bekende herberg 'De Miere' (Moeras) De raadsleden gingen akkoord gezien het etablissement toch niet meer dan 7500 frank zou kosten en staat en provincie normaalgezien voor twee derden in de kosten tegemoet zouden komen. Jan Bonte, die bekwaam en wel gezien was, zou wegens zijn staat van dienst in aanmerking komen om als schoolmeester te fungeren.

wpe7.gif (18680 bytes)

Bouwmeester Croquison maakte op 31 mei 1862 een kostenbegroting op en deze bedroeg 10513 frank en 90 centiemen. Op 21 maart 1863 besloot de gemeenteraad alles maar bij het oude te laten, want het scheen hen financieel niet haalbaar.

Tweede voorstel tot bouw nieuwe gemeenteschool

Na het uitstel kwam het ontwerp opnieuw ter sprake op de zitting van 10 oktober 1872, jawel, zo'n 9 jaartjes later. Over het stuk armgrond achter 'De Miere' sprak men al niet meer. Kort daarvoor was de verbinding tussen de Tieltseweg en de Nieuwe Veldstraat doorgetrokken. Langs deze weg lag een mooi partij grond met een oppervlakte van 51 are en 27 ca. Deze lap wou het armbestuur verkopen voor een 3000 frank. Dit leek de ideale oplossing:" De school zou aldaar een schoon zicht geven in geheel de Kapelhoek en zou zich bevinden in eene openluchtige gezonde streek, te midden nog al talrijke bevolking die van de scholen op de plaats, door te ver afgelegenheid, niet kan genieten."wpe7.gif (61676 bytes)

Openbare Aanbesteding der werken en leveringen voor den Opbouw eener Gemeentelijke School te Dentergem

Het plaatselijke bestuur te Dentergem zal, ten Dorpshuize aldaar, Dinsdag 3 Juni 1873, om 9 ure 's morgens, overgaan tot de Openbare Aanbesteding der werken en leveringen voor den Opbouw eener Gemeentelijke-School met Onderwijzers-Wooning, wijk Hoenderveld, te Dentergem, en het vervaardigen der noodige Schoolmeubelen.

De aangenomene kosten zijn geschat op FR. 17617  66 Centiemen

 

 

Bouw van de nieuwe Velschool

De gemeentevaderen waren tegen dergelijke lyrische argumenten niet gewapend en gaven hun goedkeuring aan het voorstel. Volgens de voorlopige plans en begrooting der bouwwerken en schoolmeubelen zou de nieuwe school 17617 frank en 66 centiemen kosten, waarvan de gemeente zelf één derde moest betalen. De openbare aanbesteding vond plaats op 3 juni 1873 en vier maanden later waren de werken reeds zover gevorderd dat schoollokaal en onderwijzerswoning reeds onder dak stonden.

Jan Bonte

wpe7.gif (22736 bytes)Wie alles met argusogen volgde was Jan Bonte. In tegenstelling tot het eerste ontwerp (12 jaar terug) toen het niet meer dan logisch was dat de functie van gemeente-onderwijzer in de Veldschool Jan Bonte toekwam, was dat nu zo vanzelfsprekend niet meer. De bevoegde raadsleden herinnerden zich plotseling dat Jan Bonte eigenlijk geen officieel onderwijzersdiploma bezat en ze vreesden dat de regering de benoeming zou kunnen dwarsbomen. De ware reden van de gemeentelijke aarzeling lag echter duidelijk elders. Dat besefte de Jan toen maar al te goed. In een gepassioneerd schrijven ter sollicitatie (15 oktober 1873) weerde de gekwelde onderwijzer zich in allerlei bochten om de desastreuze toestand in de Bundersschool te verantwoorden. Als een volleerd advocaat eindigde hij zijn pleidooi met een klassieke treurzang. Als echtgenoot en vader van drie kinderen , ook nog belast met de zorg over zijn 84-jarige moeder, had hij het meer dan moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen.

De afwerking van de nieuwe Veldschool werd voleindigd in januari 1874. Het gebouw zelf kostte 17600 frank en 90 centiemen. Meester Bonte werd op 10 januari 1874 door de gemeenteraad officieel benoemd. Aan zijn functie werd een jaarwedde van 200 frank gekoppeld, gevoegd bij de gewone voordelen die een gemeentelijk onderwijzer van oudsher genoot:

  • een bijkomende vergoeding voor het onderwijs aan arme kinderen

  • gratis bedeling van schoolbehoeften

  • de schoolgelden van de gegoede leerlingen

  • het kosteloos gebruik van de onderwijzerswoning en het schoollokaal.

De schoolstrijd

In 1842 werden 2600 gemeenten verplicht een officiële lagere school op te richten, waarin neutraal lekenonderwijs gegeven moest worden. Het godsdienstonderwijs werd met andere woorden verboden en kon enkel facultatief doorgaan voor of na de lesuren.

De gemengde Veldschool

Jan Bonte vreesde overgeplaatst te worden en richtte de zevende september 1879 een schrijven aan Scherpereel om op zijn vertrouwde post te mogen blijven op het Hoenderveld. De Dentergemse pastoor nam het op voor de gekwelde onderwijzer en schreef naar Monseigneur Faict:

'Immers, gelast met het onderhoud van vrouw en kinderen, heeft hij tot nu toe geenen anderen middelen van bestaan, noch eenige hoop van eene andere school of bediening te bekomen, waardoor hij van verval in armoede zou konnen bevrijd wezen. Jan Bonte zal alle middelen aanwenden om de kinderen, welke naar zijne school komen, katholiek te onderwijzen; bereid van zijne schoole te verlaten, zoo haast de reden dezer vergunning niet meer zou bestaan,of dat hij zou gedwongen zijn iets te doentegenstrijdig met de pligten van eenen waren christenmensch'Immers, gelast met het onderhoud van vrouw en kinderen, heeft hij tot nu toe geenen anderen middelen van bestaan, noch eenige hoop van eene andere school of bediening te bekomen, waardoor hij van verval in armoede zou konnen bevrijd wezen. Jan Bonte zal alle middelen aanwenden om de kinderen, welke naar zijne school komen, katholiek te onderwijzen; bereid van zijne schoole te verlaten, zoo haast de reden dezer vergunning niet meer zou bestaan,of dat hij zou gedwongen zijn iets te doentegenstrijdig met de pligten van eenen waren christenmensch'Immers, gelast met het onderhoud van vrouw en kinderen, heeft hij tot nu toe geenen anderen middelen van bestaan, noch eenige hoop van eene andere school of bediening te bekomen, waardoor hij van verval in armoede zou konnen bevrijd wezen. Jan Bonte zal alle middelen aanwenden om de kinderen, welke naar zijne school komen, katholiek te onderwijzen; bereid van zijne schoole te verlaten, zoo haast de reden dezer vergunning niet meer zou bestaan,of dat hij zou gedwongen zijn iets te doentegenstrijdig met de pligten van eenen waren christenmensch.'

Het antwoord van bisschop Faict was negatief. Bonte moest zijn school verlaten, maar …. deed dit niet. Bonte bleef in zijn Veldschool en werd daarin gesteund door de gemeenteraad. (Dezelfde Faict zou de bouw van de nieuwe Sint-Annakapel nutteloos maken door de inzegening ervan te weigeren)

Door de pensionering van Mervillie in 1878 werden de lessen in het leerwerkhuis gegeven door Polidoor Devaere. Toen deze stopte kwamen Bonte en Brulez naar voren als opvolgers. Arrondissementscommissaris Vandenberghe steunde Brulez en wees erop dat Bonte niet over het vereiste diploma beschikte. Diploma of geen diploma, druk of geen druk, de gemeente benoemde Jan Bonte op 19 januari 1881 als leraar aan het leerwerkhuis. Bonte kreeg wekelijks drie lesuren om 20 wevers de belangrijkste vakken van het lager onderwijs aan te leren.

Voor de tweede maal in anderhalf jaar was de kleurrijkewpe8.gif (67921 bytes) Veldschool-meester erin geslaagd om in het onderwijs actief te blijven, dit tegen alle adviezen van hogerhand in.

Tijdens de jaren van de schoolstrijd ging het met meester Bonte opperbest. Duidelijk is dat de school heel wat leerlingen telde en Bonte kreeg de hulp van vrouwlief. Barbara Heytens werd tijdens de gemeenteraad van 16 juli 1883 benoemd tot juffrouw handwerk. Ook financieel had hij nu geen reden om te klagen. Hij ontving in 1877 1130 frank uit de gemeentekas, in 1880 werd dit opgetrokken tot 1360 frank. Daarbij kwamen de schoolgelden: 124 frank en 100 frank voor het lesgeven in het modeatelier of leerwerkhuis.

Het duo Aurelia – Crescentia

Het Hoenderveld, in den Winter eenzaam en verlaten als een halve missiepost en in den Zomer prettig weggescholen tusschen de zwaar beladen fruitboomen, leidde een rustig bestaan. Aldus Antonnellus Verschuere in zijn beschrijving van de diverse stichtingen van de congregatie van Onze Lieve Vrouw van de 7 Weeën. Of Bontes gemoed ook zo rustig was, was zeer de vraag.

De schoolmeester verloor steeds meer leerlingen aan de pas opgestarte Poelbergschool. Op 15 oktober 1881 had de congregatie van De Zusters van 't Geloove de op de Poelberg gelegen oude kantwerkschool als lagere school ingericht: onder de naam:"D'Hope". Zij mochten zich verheugen in ene gestadigen , rustigen opbloei, met Jan Bonte als grootste slachtoffer.

Bontes nadagen

Halverwege maart 1888 bracht het schepencollege een bezoek aan de Veldschool, na tal van klachten dat het onderwijs er veronachtzaamd werd en het aantal leerlingen dramatisch teruggelopen was. Met voldoening werd geconstateerd dat meester Bonte op post was en dat er 70 leerlingen op school waren. Op 31 december 1887 waren er door de meester zelve 92 opgegeven. Drie jaar eerder werden er officieel nog 94 geteld. Tien jaar later hadden Jan Bonte en zijn vrouw Barbara Heytens nog 69 leerlingen, op 14 januari 1900 waren er 65. Stilaan begon het schepencollege te twijfelen aan de capaciteiten van de schoolmeester, want tijdens de gemeenteraadszitting van 22 februari 1900 werd de vierjaarlijkse weddeverhoging van Bonte weggestemd. Reden: "…gezien de verschillende verslagen van de heer kantonnale schoolopziener over zijne schoolbezoeken in de school van meester Bonte…. Overwegende dat het blijkt uit de verslagen dat er punten zijn als redelijk opgegeven en dat andere als latende te wenschen, staan aangegeven."

Het jaarloon bleef beperkt tot 1700 frank, nauwelijks 100 frank meer dan de wedde van zijn veel jongere collega Brengier. Barbara Heytens ontving 70 frank jaarlijks. Deze drastische sanctie staat lijnrecht tegenover de bemoedigende schouderklopjes die er kort voordien aan Bonte werden gegeven:

  • op 19 december 1898 werd hij met eenparigheid van stemmen gekozen als lid van het armbestuur

  • in november 1899 wordt hem het burgerkruis eerste klas toegekend als eerbetoon voor een onderwijzersloopbaan van 35 jaar

Bonte had in zijn laatste schooljaren een klas van om en bij de 60 leerlingen. De arrondissementscommissaris bracht dit probleem ter sprake in een schrijven van 20 juni 1908. Men besloot er niet op in te gaan daar Bonte toch spoedig zijn ontslag zou indienen.

Bontes ontslag

Op 16 april 1909 diende Jan Bonte zijn ontslag in, zich beroepend op zijn hoge leeftijd. De gemeenteraad ging akkoord op voorwaarde dat hij zijn functie zou uitoefenen tot 1 september 1909, overwegende dat de herinrichting van de school van den wijk Hoenderveld maar plaats kan hebben met 1 september1909. Bonte gaf 57 jaar les op zijn gemeente Dentergem: een record dat ongebroken blijft. Het aftreden ging uiteraard niet onopgemerkt voorbij. De Gazette van Thielt meldt:" ..dat de nagedachtenis aan meester Bonte nog lange jaren zou blijven voortbestaan bij de bewoners van de Bunders en het Hoenderveld. Talloze kinderen hadden hem als bekwaam leraar en voorzichtig en godsdienstig raaadsman gekend en gewaardeerd", aldus de toenmalig lovende recensie.

Bontes pensioen

Bonte kreeg een pensioen toegekend van 1491 frank. Hij verliet vermoedelijk begin oktober 1909 zijn vertrouwde Veldschool en vestigde zich samen met zijn vrouw in een huurhuis in de Markegemsesteenweg nu nummer 36, bewoond door Danny Roose. Barbara Heytens overleed op 17 september 1919, meester Jan Bonte op 22 april 1927, toen 92 jaren oud.

Aurelia en Crescentia

Het was een publiek geheim dat Bonte zou worden opgevolgd door nonnen. De inwoners van de wijk Hoenderveld waren daar niet al te happig naar en zetten een petitie op om de zoon van Bonte aan het hoofd te krijgen, ene Camiel Bonte , reeds 18 jaar hulponderwijzer te Bellegem. Maar de knoop was reeds doorgehakt, de zusters zouden er komen. De petitie bereikte de gemeenteraad op 30 juli 1909, men vroeg om als opvolgers voor Jan Bonte geen religieuzen naar de Veldschool te zenden. De zo vaak verguisde meester was nu opeens eenen goeden raadgever en eene onmiddelijke hulp … in vele omstandigheden. Wie de zusters ook mochten zijn, ze zouden zeker niet geschikt zijn voor een adequate opvoeding van de jongens en ze zouden zich niet kunnen aanpassen aan de soms exuberante leefgewoontes van de lokale bevolking. De petitielijst telde 38 handtekeningen.

Op 8 september 1909 richtten de zusters Aurelia en Crescentia een sollicitatieschrijven aan de gemeente. Aurelia , Alida Dewitte, geboren te Heestert op 19 mei 1876; Crescentia, Leontine Gielis, geboren te Uitkerke op 4 juni 1884, waren beiden Zusters van Onze Lieve Vrouw van de 7 Weeën te Ruiselede.

Tijdens de gemeenteraadszitting van 11 september 1909 werd beslist dat vanaf 1 oktober 1909 de Veldschool 2 klassen zou tellen, gedirigeerd door gediplomeerde leerkrachten én kloosterzusters Aurelia (hoofdonderwijzeres) en Crescentia (hulponderwijzeres). Ze kregen 61 leerlingen onder hun hoede, 43 jongens, 18 meisjes. Ze konden beschikken over de school, de schoolwoning, de hof en moestuin. De aanvraag voor nieuwe klassen is in deze periode te hoog gegrepen en wordt weggewimpeld. De jaarwedde voor de zusters werd bepaald op 1200 frank voor Aurelia en 1000 frank voor Crescentia. Met de komst van de zusters legde nu ook Barbara Heytens er ook het bijltje bij neer.

De kleuterklas

Nog tijdens die gemeenteraadszitting werd er gesproken over een bewaarklas. Aimé Blomme, een architect uit Wielsbeke had al een plan klaar, maar het project ging aangezien het klein getal leerlingen niet door. Het duurde dan nog tot 8 januari 1920 vooraleer kleuterleidster Sebastiana in de Veldschool benoemd werd. Sebastiana, Camilla Van Hullebusch, geboren te Oedelem op 30 augustus 1889.

Bouwmeester Blomme diende zijn ontwerp dus te veranderen. Op 28 februari 1910 werd een nieuw plan aan de gemeenteraad voorgelegd voor 2007 frank en 82 centiemen. Eind oktober 1910 opperde de provinciegouverneur enige bezwaren tegen het totaal gewijzigde ontwerp. De oude waterput was onbruikbaar geworden door een lekkende vlakbij gelegen beerput. Er werd ook op aangedrongen de 2 galerijen, palend aan beide speelplaatsen, te plaveien. 's Winters waren ze door de vettige kleigrond onbruikbaar en ze maakten het rein houden van de klassen schier onmogelijk. Op 16 mei 1911 werd het plan goedgekeurd. De begroting bedroeg dan 3185 frank en 38 centiemen en op 28 juli 1911 werd er overgegaan tot de Openbare Aanbesteding voor het optrekken eener stage aan het woonhuis der Gemeenteschool te Denterghem 'Hoenderveld', met de nodige veranderingen. Aannemers werden Vanwijnsberghe en Desmet uit Olsene.

Het heengaan van Aurelia en Crescentia

Beide zusters bleven onderwijzen tot 15 september 1937, datum waarop ze door de algemeen overste van de congregatie naar het moederhuis te Ruiselede werden teruggeroepen. Volgens een officieuze bron was pastoor Achiel Dewaele niet te spreken over hun pedagogische inzet, dit lag dan ook  aan de basis van hun niet-geplande vertrek.

Aurelia stierf op 2 januari 1951, Crescentia op 13 januari 1961.

Sebastiana, Bonfilia, Reginalda, Dionisia, Apollonia ,...

wpe6.gif (24112 bytes)En het Hoenderveld boerde verder onder de Zusters van de 7 Weeën. In deze periode omvatte de school op het Hoenderveld naast een kleuterklas, twee lagere klassen. De topfiguren uit die tijd waren Aurelia en Sebastiana. Sebastiana leidde het jonge volkje met krachtige hand op tot de eerbaarheid, vroomheid en deugd. Aurelia was zachter van karakter en kreeg de kleuters toebedeeld. In de dertiger jaren werden er 10 leerlingen voor het eerste leerjaar ingeschreven in 1930-31. In de daaropvolgende 10 jaar varieerde het aantal van vier tot veertien. Ze bewoonden grotendeels de gemeente, enkelen kwamen ook uit Tielt of Aarsele. Tot vooraan in de vijftiger jaren bleven de drie klassen behouden, terwijl het aantal leerlingen de 50 benaderde of overschreed. In 1956-57 daalde het leerlingenaantal tot 40. De Zusters liepen zich uiteraard niet de voeten van het lijf om de leerlingen naar de school te halen. Kwamen ze niet naar hen toe, dan was meneer pastoor maar al te blij ze in de dorpskern op te vangen onder den toren. Anderen trokken uiteraard den berg op en verzeilden daar onder de rokken van de zusters op de Poelberg. De Veldschool maakte zijn eerste grondige kerstening door.

Angèle Verbeke

wpe8.gif (18968 bytes)Na de zusters werden er opnieuw leken ingezet. Angèle Verbeke was geboren te Dentergem op 8 maart 1920. Zij volgde de onderwijzeressenopleiding in de Tieltse normaalschool en studeerde af in 1939. Na omzwervingen langs Waregem, Kanegem,... werd ze door pastoor Fruytier naar het Hoenderveld gehaald. 'Hij kon de achterlijkheid van 't Veld niet meer aanzien.'  Met haar zwarte kevertje bolde zij naar de Veldschool en startte er met 10 kleuters en 23 schoolplichtige kinderen met ingang van het schooljaar 1958-59. Dat zij het klaarspeelde om op haar eentje zo'n heterogene groep een schooljaar lang te boeien, was zeker een huzarenstuk. Gelukkig kreeg Angèle er tijdens het schooljaar 1959-60 een extra hulp bij  in de persoon van juffrouw Maria Bauwens. Zij zou de zorg over de kleuters op zich nemen. In de jaren zestig schommelde het leerlingenaantal reeds boven de veertig. In 1965 kreeg Maria een late roeping aan het grotje van de Veldschool. Ze trad binnen in het klooster en trok als tropenzuster naar Belgisch Congo. Als kleuterleidster werd  Maria Baeyens opgevolg door juffrouw Nicole Maes. Angèle bleef weliswaar schoolhoofd tot in 1974 en werd toen opgevolg door Willy De Neve, die toen reeds twee jaar op school actief was.

Nicole Maes

wpe6.gif (11951 bytes)Nicole Maes werd geboren te Tielt op 17 juli 1940. Als onderwijzeres studeerde ze af in 1958 aan de normaalschool in Sint-Amandsberg. Daarna volgde ze nog gedurende 3 jaar een opleidingscursus bij de Broeders van Liefde, dit om eventueel in het Bijzonder Onderwijs te kunnen lesgeven. Nicole stond in voor alle kleuters en leidde daarenboven ook nog het eerste leerjaar. Gelukkig kon ze rekenen op het enthousiasme van de ouders en kreeg ze een helpende hand van collega Angèle. Enkele jaren kregen de kleuters ook les van ene Odet Lanno uit Sint-Michiels-Brugge die gehuwd was met Hubert Descheemaeker. Deze interimaris vertoefde slechts geruime tijd op de Veldschool.

Ida en Fernand

wpe7.gif (35234 bytes)Ferdinand Gielis en Ida Bulgheroni bewoonden gedurende 17 jaar het meestershuis. Na het vertrek van de nonnekes trokken zij in in het huis in de Klijtstraat, zoals de schoolstraat toen nog noemde. Ferdinand, beter gekend onder zijn verkorte naam Fernand, werd door de gemeente aangesteld om als concierge het huis en de school te onderhouden, de hagen te scheren en het geheel ordentelijk te houden. Ida had een drukke dagindeling. Zij bereidde dagelijks een volledige maaltijd voor de kinderen die toen op school vertoefden. Als een ware moeder schonk ze om 10 uur de verse soep in de spoelkommen. Tijdens de middag serveerde ze een fiks maal dat bereid was met de groenten uit Fernands moestuintje. Fernand kliefde hout voor de stoven en onderhield de moestuin. Zelf kweekte hij de hoenderen en konijnen die de kinderen voorgeschoteld kregen, boeren uit de dichte omgeving zorgden voor extra proviant, een hesp, wat groenten. Ida verzorgde de kleine wondjes bij de kinderen en leende een luisterend oor op moeilijke momenten. Met heimwee denken ze nu nog terug aan de zalige periode die ze er beleefden. Maar zoals meestal was er een tijd van komen en een tijd van gaan.  In 1975 verlieten zij de woonst die vanaf dat ogenblik met heimwee terug te denken aan de Veldschool.

Hoe 't hier vroeger wel was.....

   wpe4.gif (54723 bytes)                

Op deze kaart van A. Sanderus zien we duidelijk "t' Hoendervelt" liggen als een uitgestrekt bosgebied. De weg Dentergem - Thielt passeert  langs de oostflank van het bos. De kaart dateert uit 1662 toen ze verscheen in de "Atlas Major". De kaart was oorspronkelijk als kopergravure ontworpen en opgedragen aan de schepenen en de adel van de kasselrij. We zien op dit fragment duidelijk "de Roede van Thielt. De originele kopergravure was 365 mm op 490 mm.

Hoe Dentergem groeide tot Dentergem.

Dentergem was een oude heerlijkheid die toebehoorde aan de heren "de Denterghem", zij gaven er dan ook hun eigen naam aan. In 1035 sprak men al van ene Letbertus van Dentergem. Na Pieter van der Zype worden ook nog Antoon del Rio en heer van Dentergem genoemd. Pieter van der Zype was in 1391 ridder van Dentergem. In 1398 was hij gouverneur van Rijsel. Antoon del Rio was hier schildknaap. De heer van Dentergem was ook schepen van 't Brugse Vrije en werd Cornelius de la Flaye genoemd.

Het land van Dentergem ging over in de handen van de familie 'de Gruutere" en later werd het als huwelijksgeschenk aan de jonkheer Jan Frans van Kerkhove geschonken. De jonker noemde zichzelf ook jonker Jan Frans van Kerkhove van Dentergem.

Archeologische vondsten.

In Dentergem werd in 1899 in een moerassig bosje nabij de Peperlabeke een paaldorp drooggelegd. (Peper is een oud woord voor mierikswortel: een medicinaal kruid). De Peperlabeke is ook de Crammendijkbeke, die van naam verandert als ze Dentergem binnenvloeit.  Naast eeuwenouden eikenhouten palen werden ook keimessen ontdekt. Hoe men tot de ontdekking kwam:

de Mandel vloeit langs twee vertakkingen naar de Leie. De oude Mandel kwam langs Gottem en krijgt er in Dentergem de Peperlabeke bij. Deze Peperlabeke komt van de Poelberg. Naast die beek lag vroeger een moerassig bosje dat in 1899 drooggelegd werd. Op deze plaats vond men in datzelfde jaar een rechtstaande eikenhouten paal. Het onderzoek wees uit dat er onder het zand , dat met de beek was aangeslibd, een laag turf lag. Daaronder twee tot drie meter diep lag de oude aarde van het moeras, blauwe leemaarde. In die laag stonden de balken in reeksen geplant. Samen met de balken vond men ook planken waarop de hutten gestaan moeten hebben.

De naam Dentergem:

volgens Carnoy betekent "Dentergem": "villa van de Denteringen", dit wil zeggen: villa van de familie van de man van wie de naam "Denter" moet zijn geweest.

een andere uitleg: Denter-inga-hem: woonplaats van de lieden van Dando.

De schrijfwijzen door de eeuwen heen.

1035 Dentergem
1167 Dentrengem
1223 Dentringhem
1339 Dentelgem
1374 Denterghem
1467 Deentergheem
1633 Dentergem
1760 Denterghem
1915 Dentergem

Folkloristische gebruiken.

De Heilige Stephanus wordt aangeroepen tegen "de steen". Naast de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van de Zeven Weeën, is er te Dentergem een Sint-Antoniuskapel en een koortskapel. In de koortskapel wordt er gediend voor de Heilige Anna.

In de streek van Dentergem was het vroeger de gewoonte om op mei-avond (30 april op 1 mei) de mei te steken op de huizen waar er huwbare dochters waren. De mei die men koos had een specifieke betekenis.

De betekenis van de meitak.

de doorntak Een kwade dochter
de populierentak Voor een meisje dat waait naar alle winden.
de elzentak Voor het babbelzieke wicht
de vliertak Voor de dochter "die van kwade doen" is.
de kerselarentak Voor de meid die met jan en alleman loopt.
de berkentak Voor een braaf en deugdzaam meisje.

wpe6.gif (242180 bytes)

De fotografische herdruk van de antieke kaart van N. de Fer uit 1709 werd besteld. De aangepaste, ingekleurde versie zou voor juli '99 in deze site opgenomen worden. Merk alvast de schrijfwijze van Dentergem op. Deze kaart maakt geen gewag van het gehucht ' 't Hoendervelt' ', dit in tegenstelling tot de oudere kaart van Sanderus (1662). Let op het uitgestrekte woud - bos tussen de Poelberg en Denterghem.

De Kutskapel, de koortskapel, de Sint-Anna kapel

wpe1.jpg (6006 bytes)De oudste kapel op het grondgebied Dentergem is vast en zeker de koortskapel. Recht tegenover de school gelegen verdient dit kapelletje onze extra aandacht. Deze kapel trok volgens pastoor Scherpereel ' de geloovigen aan die van de koorts waren aangedaen, oudtyds aldaar plagten hunne toevlugt te nemen om hunne genezing te bekomen'. De oudste verwijzingen naar deze Kutskapelle gaan terug tot 2 juli 1739. Toen schreef de Tieltse chirurgijn (arts) Jooris Abel Regelbrugge dat er op zijn stuk grond 'het capelle stuck' vlak bij den herberg ' de cortekeer' een kapel zou  worden opgericht ter ere van de Heilige Familie. Op deze plaats bevond er zich reeds een vervallen statieken, een pilaarkapelletje, dat plaats zal moeten ruimen voor de Koortskapel. Een oorlog verwoeste gedeeltelijk deze kapel. In 1752 laat Hendrik Vermeersch, een welgestelde timmerman uit Tielt, de kapel herstellen met de giften van enkele godsvruchtige mensen . De kapel werd nu gewijd aan de Heilige Anna, omdat er door haar een mirakel zou zijn verwezenlijkt op deze heiligste plekke:' daer zouden gebeurd zyn eenige mirakelen door de voorspraak van de gebenedyde Moeder Anna'. Dit kapelletje werd zeer vaak bezocht en was ver in de omtrek bekend. Daardoor werd er in de weg recht over de Koortskapel een kruisweg opgesteld van 7 gemetselde staties. Weerom zou het Hoenderveld kennis maken met plunderende soldaten, die de christelijke monumentjes verbrijzelden. De Franse Revolutie maakte immers korte metten met alles wat van de kerk uitging. En alles bleef meer dan 50 jaar in puin liggen, tot de Dentergemse burgemeester Jan Francies Vandermeulen de staties op eigen kosten liet herstellen. Bijna een eeuw na het eerste oprichten, werd de kruisweg een tweede maal ingewijd in 1850. Later verdwenen de kapelletjes. Zeker is dat ze er in 1863 nog waren, want in pastoor Scherpereels boek ' Geschiedkundige schets ....' wordt er nog gewag van gemaakt. De koorstkapel zelf behoorde rond 1850 nog toe aan landbouwer Kamiel Van Eenoo. Deze boer bewoonde de vlakbij gelegen herberg wpe8.gif (20821 bytes)'de Koortskapelle', ook wel 'de Kapelle' genaamd. In 1897 verkocht hij de herberg en de bijhorende kapel aan de Tieltse brouwer Hendrik Loosveldt-Vandevijver. In de koopakte liet hij schrijven dat de kapel niet mocht veranderen, noch verdwijnen. De kapel werd gerestaureerd in 1935 en werd tijdens de meidagen in 1941 terug zwaar beschadigd. In 1977 krijgt de kapel er 2 steunberen bij. Het uitzicht verandert een weinig, maar de constructie kwam de stevigheid ten goede. Desalniettemin wist een stormwind de toren van de kapel af te blazen en nu ligt de spitse klokkentoren, in veilige bewaring, bij Eric Desmet, die de herstellingen eens te meer tot een goed einde zal brengen.(1999)

De nieuwe Sint-Annakapel

wpe1.jpg (4465 bytes)Dat het Hoenderveld steeds een afgelegen gebied is geweest, hoeft geen betoog. Wanneer we in de tijd terug reizen en ons te voet verplaatsen dan is het duidelijk dat het Veld een parochie op zichzelf was. Noch auto's, noch fietsen konden de afstanden helpen overbruggen, alles werd per apostelpaard afgelegd. Daar de dichtste kerken allen op een uur stappen gelegen waren, gebeurde het meermaals dat de Hoendervelders de zondagsmis verzuimden. Zeker 's winters waren de wegen erg modderig en het was een hels karwei om de kerk te bezoeken. Daarom stelde ene Adilie-Eugenie Vandermeulen (zuster van de Dentergemse burgemeester Jan-Francies) voor om voor de Koortskapel een grotere kapel op te trekken waarin de zondagsdienst zou gecelebreerd worden. In 1825 huwde ze met  Emile-Pieter Mulle die in de omgeving van de poelberg meerdere hofsteden bezat. Hijzelf was een fervent jager en trok vaak over de gronden van de pachters tijdens zijn tochten. Hij kende de noden van de streek dus opperbest. In 1864 werd de daad bij het woord gevoegd en er werd een nieuwe kapel opgericht. Het bouwwerk werd ontworpen door bouwmeester Croquison die toendertijd   (1854-1856) ook de Dentergemse parochiekerk had getekend en ook de Veldschool zou ontwerpen. De kapel werd neo-gotisch, naar de trend van die tijd, en de voorgevel stak boven het dak uit en was uitgewerkt om een klok in op te hangen. Adilie-Eugenie had zeker in haar achterhoofd om de kapel als zetel te laten fungeren van een eigen parochie. Een priester uit het Tieltse zou er dan wel de eucharistie voorgaan. Het interieur werd volledig ingericht: altaar, communiebank, doksaal, stoelen,... De voorzijde werd opgesmukt met een prachtig rood gebakken Sint-Annabeeld met erboven een roos met daarin het wapenschild van de bouwersfamilie de Terschueren. De kapel was niet tegen de straat aan gebouwd, omdat een parochiekerk moest beschikken over een voorterras. Er was ook plaats voorzien voor de toekomstige woning van de proost. Men had reeds overlegd om de tokomstige parochie een naam te geven en Joannes Bonte, de Jan die de Veldschool leidde, wou het Lappegem dopen. De naam Lappegem was een spotnaam voor de kastelein van 'de Koortskapelle', de herberg naast de oude Koortskapel. Deze stond bekend als liefhebber van een borrelken. Ook Jan Bonte was niet bang van het geestrijke vocht en de jenever vloeide dus al te rijkelijk in de herberg, en dit niet alleen op het afgelegen Hoenderveld, maar zeker evenzeer in de dorpskommen. Maar het onmogelijke werd enkele tijd later bewaarheid. De toenmalige bisschop weigerde de nieuwe kapel in te zegenen, hij argumenteerde 'Aan E.H. Scherpereel, Ware ik intijds geraadpleegd geweest ,ik zou voorzekers het bouwen, op die ver afgelegen plaats, eener kapel of opene en afgezonderde oratorium afgekeurd hebben, zoo uit hoofde van den aftrek voor de parochiekerk, als van de misbruiken die er kunnen uit voor komen. Nu dat de kapel er staat, zou ik niet geerne den kruisweg laten wijden. Des te min daar ik twijfel of de Paters, voor bijzondere bidplaatsen de vereischte macht bezitten.' (6 oktober 1885) De brave burgers van het Hoenderveld lieten dit gebeuren en hun kapel werd niet gewijd, hun kruisweg bleef ongewijd. De ruimte voorzien voor de eredienst was nog juist goed genoeg om alaam in op te bergen, een stapelkot voor de patatten. Tot in 1935 bleef men proberen er een wijding te laten plaatshebben, maar het bisdom hield voet bij stek. Het meubilair werd door de clerus weggehaald naar omliggende gebedsplaatsen en de kapel kon rustig vervallen, want ze stond toch maar op het Hoenderveld.

De Dreve

wpe6.gif (15828 bytes)

Oorspronkelijk heette de Dreve eigenlijk " 's heeren dreve ", of de dreef van de heer. Zij was dus privé-bezit van de heren van Dentergem. De gemeente kocht de Dreve voor een deel af in 1886. De dreef was toen nog langs beide zijden met linden beplant. De heer Astère de Kerckhove ontving jaarlijks een vergoeding van 150 francs. Zo kwam het stuk vrij tussen de Nieuwstraat en café De Haan (in 1725 was dat nog de hofstede 't Haentjen). Men kon vanaf toen de slagbomen verwijderen en vrij met allerhande voertuigen passeren.

De Boulevard

In de vorige eeuw was er nog sprake van twee kleine wegeltjes:

    't kleyn wegelken: van de dreve naar 't huis van de veldwachter

    het zesbunderweghelken: van de veldwachter tot de Statiestraat

Pas rond 1900 liet de toenmalige notaris Adolf Devisscher de wegeltjes verbreden en afzomen met linden en beuken. Zo werd de Boulevard geboren.

Het Nellekenshof, de Bunderswijk

In 1973 werd een sociale woonwijk gebouwd, die eerst de Tuinwijk werd gedoopt. Kort daarop werd overgestapt op de naam Nellekenshof. Dit was een verwijzing naar de plaats waar de wijk gelegen was, namelijk op het Nelleke. Waarschijnlijk was het Nelleke eerst het Helleke, en werd het Nelleke door een verspreking door de jaren heen. Een Helleken is een diepgelegen, natte en verloren plek. Vijf jaar later startte de opbouw van de Bunderswijk. Deze naam komt van de plaats waarop de wijk werd gebouwd. Op de ses Bunder van heere van denterghem ( de zes bunders van de heer van Dentergem). De Bunderswijk heete tot voor kort nog Bamstraat. In de 18e eeuw (1701-1800) had men het nog over de Baenstraete en een ander gedeelte heette toen Ramstraete. Een samenvoeging van beide straatnamen geeft ons Bamstraat.

't Casteelgoed

De centrale hofstede van de heerlijkheid Dentergem stond al in de Middeleeuwen bekend onder de naam " 't Casteelgoed ". In de 15e eeuw (1401-1500) werd het opperhof met kasteel nog bewoond door de toemmalige heer van Dentergem, Geraerd Van der Zype. Deze boerderij was omwald en lag met een baan verbonden met de windmolen. Alle boeren, afhangend van de heerlijkheid Dentergem, waren verplicht hier hun graan te komen malen. Op 3 augustus 1936 werd de laatste, in 1772 gebouwde molen, afgebroken.

't Goed ter Brauwerije

't Goed ter Brauwerije was één van de weinige omwalde hofsteden die Dentergem rijk was. Onder de 15 à 20 heerlijkheden (= rechtsgebieden) was de dorpsheerlijkheid Dentergem de grootste. Het Brouwerijgoed was het midden van de heerlijkheid Groothuyse en Cleynhuyse. De familie Coucke bewoonde deze boerderij. Jan Coucke was schepen, gemeenteraadslid. Z'n zoon is nog steeds recordhouder: hij was  het langst schepen te Dentergem, meer dan 51 jaar alstublieft!!