Dentergem, één school: het Veld: terug naar de bron!
Traditie en eerlijke eenvoud. Het Hoenderveld, 't Veld, gelegen aan de voet van de Tieltse Poelberg. Onder de schaduw van deze molen leeft een school, waar de kinderen nog kind mogen zijn. Ons schooltje is er: klein, maar fijn.
't Hoenderveld 1874-2005 131 jaar aan de top
A°1863 'Over eenige jaren bezat Denterghem, buiten de kerk, niet één openbaer gesticht. In het jaer 1829 bekwam het de Gemeenteschool, thans bestuerd door den geleerden en verdienstelyken Heer J.B. Mervillie. Tot de opregting van het klooster heeft deze school gediend voor het onderwys der kinderen van beide geslachten. In de rampvolle jaren veertig, door de vlijtige zorg van den eerweerden Heer A. Bonneure en de medewerking van het Armbestuer, kwamen er twee nu nog bestaende Speldewerkscholen tot stand: eene op de Plaets, en eene op de Bunders, eenen verlaten hoek van de parochie. Deze laetstgenoemde school zegt men, zal welhaest geplaetst worden op het Hoenderveld alwaer men een nieuw schoollokael zal stichten; zoo zal deze school, meer in het midden der parochie gesteld zynde, meerder voordeel verschaffen. Daerby gaet het Staetsbestuer, zegt men nog, eenen Proeftuin inrigten, zoo als er reeds in Holland bestaen.' door N. Scherpereel, Pastor Anno Domine 1863 uit Eene Geschiedkundige Schets Van Denterghem
Arm
en ongeschoold
Omstreeks 1850 situeerde de grootste
armoede zich niet zozeer in het centrum van Dentergem, maar wel op het
Hoenderveld, de Bunders, de Kapelhoek en een deel van de Westhoek, de bosrijke,
maar toch relatief dichtbevolkte wijken aan de westzijde van de gemeente,
grenzend aan Tielt. Volgens een telling eind 1846 woonden er daar 769 burgers
(op een totaal van 2818) verspreid over 136 woningen.
Victoria Devent en haar spinschooltje In 1849 opende Victoria Devent (geboren te
Ingelmunster (1797) en weduwe van Karel –Filip Tack) op eigen houtje een
spinschooltje op de Kapelhoek. Voor de eerste maal in de Dentergemse
geschiedenis kregen de kinderen van het Veld de kans op onderwijs. De inwoners
keken argwanend naar het nieuw opgestarte spinschooltje op. In september 1850
zaten er in de hofstede van de familie Claus 18 kinderen vlas en Batiste garen
te spinnen aan in totaal 18 spinnenwielen. De school lag toen in het huis, waar
nu Stefaan Lauwers en Gerda Lambrecht wonen, de ouders van Nele en Eva:
Tieltseweg 44, nu totaal verbouwd. Victoria Devent leidde het schooltje en
woonde zelf wat verderop in een boerderijtje, richting koortskapel, nummer 37,
bewoond door Gerard Verdonck. Het initiatief van Victoria Devent was een
particuliere inrichting. Het stond dus zeker niet onder het gezag van het
armbestuur, wat met de tijd eerder een nadeel dan een voordeel zou worden. Het
armbestuur gaf dus geen geldelijke steun aan Victoria's onderneming. Zij kocht
het vlas zelf en gaf het aan de jongens en meisjes. De kinderen werkten aan 0,04
frank tot 0,14 frank per geleverde arbeidsdag. Tussen september 1850 en november
1852 daagden er gemiddeld 15 leerlingen op, waarvan de 5 besten 15 centiemen per
maand "onderhoudsgeld" betaalden aan Victoria. Dit om de financiële
zorgen van de meesteres enigszins te verlichten. Zo verdiende zij per jaar een
extra 9 frank bij haar 25 frank subsidiegeld, geschonken door het armbestuur.
Met een budget van 34 frank moest Victoria het stellen. Ze betaalde hiervan 12
frank huur voor het 'schoollokaal'. In 1853 hield de spinschool op te bestaan.
Enkele ouders op 't Veld waren een extraatje armer en hun illusie en school
kwijt. Terug zonder school Op 11 september 1861 had er een gewichtige
gemeenteraadszitting plaats. Deels als gevolg van het aanzienlijk aantal
leerlingen , maar vooral op aanstuwen van arrondissementscommissaris Vandenbergh
werd er beslist een nieuwe gemeenteschool te bouwen op het Hoenderveld. In
november 1859 had het armbestuur via Vandenbergh een schrijven gericht aan de
gouverneur met de vraag financieel tussen te komen in de geplande
verbouwingswerken. De provinvie had aan dit verzoek geen gehoor gegeven omdat: 1° niet het armbestuur maar de gemeente
dit moest doen ( de weg volgen dus! ) 2° omdat de vraag financieel onredelijk
was 3° omdat het hier niet ging om een
nieuwbouw maar om een renovatie. Voorstel tot bouw nieuwe
gemeenteschool Daarom stelde Vandenberghe voor een totaal
nieuwe gemeenteschool te bouwen op een partij grond van het armbestuur waarvan
de oppervlakte 34 are en 29 ca besloeg. Dit was gelegen in de Veldstraat zowat
150 meter achter de bekende herberg 'De Miere' (Moeras) De raadsleden gingen
akkoord gezien het etablissement toch niet meer dan 7500 frank zou kosten en
staat en provincie normaalgezien voor twee derden in de kosten tegemoet zouden
komen. Jan Bonte, die bekwaam en wel gezien was, zou wegens zijn staat van
dienst in aanmerking komen om als schoolmeester te fungeren. Bouwmeester Croquison maakte op 31 mei
1862 een kostenbegroting op en deze bedroeg 10513 frank en 90 centiemen. Op 21
maart 1863 besloot de gemeenteraad alles maar bij het oude te laten, want het
scheen hen financieel niet haalbaar. Tweede voorstel tot bouw nieuwe
gemeenteschool Na het uitstel kwam het ontwerp opnieuw
ter sprake op de zitting van 10 oktober 1872, jawel, zo'n 9 jaartjes later. Over
het stuk armgrond achter 'De Miere' sprak men al niet meer. Kort daarvoor was de
verbinding tussen de Tieltseweg en de Nieuwe Veldstraat doorgetrokken. Langs
deze weg lag een mooi partij grond met een oppervlakte van 51 are en 27 ca. Deze
lap wou het armbestuur verkopen voor een 3000 frank. Dit leek de ideale
oplossing:" De school zou aldaar een schoon zicht geven in geheel de
Kapelhoek en zou zich bevinden in eene openluchtige gezonde streek, te midden
nog al talrijke bevolking die van de scholen op de plaats, door te ver
afgelegenheid, niet kan genieten." Openbare Aanbesteding der werken en leveringen voor den Opbouw eener Gemeentelijke School te Dentergem Het plaatselijke bestuur te Dentergem zal, ten Dorpshuize aldaar, Dinsdag 3 Juni 1873, om 9 ure 's morgens, overgaan tot de Openbare Aanbesteding der werken en leveringen voor den Opbouw eener Gemeentelijke-School met Onderwijzers-Wooning, wijk Hoenderveld, te Dentergem, en het vervaardigen der noodige Schoolmeubelen. De aangenomene kosten zijn geschat op FR. 17617 66 Centiemen
Bouw van de nieuwe Velschool De gemeentevaderen waren tegen dergelijke lyrische argumenten niet gewapend en gaven hun goedkeuring aan het voorstel. Volgens de voorlopige plans en begrooting der bouwwerken en schoolmeubelen zou de nieuwe school 17617 frank en 66 centiemen kosten, waarvan de gemeente zelf één derde moest betalen. De openbare aanbesteding vond plaats op 3 juni 1873 en vier maanden later waren de werken reeds zover gevorderd dat schoollokaal en onderwijzerswoning reeds onder dak stonden. Jan Bonte
De afwerking van de nieuwe Veldschool werd voleindigd in januari 1874. Het gebouw zelf kostte 17600 frank en 90 centiemen. Meester Bonte werd op 10 januari 1874 door de gemeenteraad officieel benoemd. Aan zijn functie werd een jaarwedde van 200 frank gekoppeld, gevoegd bij de gewone voordelen die een gemeentelijk onderwijzer van oudsher genoot:
De schoolstrijd In 1842 werden 2600 gemeenten verplicht een officiële lagere school op te richten, waarin neutraal lekenonderwijs gegeven moest worden. Het godsdienstonderwijs werd met andere woorden verboden en kon enkel facultatief doorgaan voor of na de lesuren. De gemengde Veldschool Jan Bonte vreesde overgeplaatst te worden en richtte de zevende september 1879 een schrijven aan Scherpereel om op zijn vertrouwde post te mogen blijven op het Hoenderveld. De Dentergemse pastoor nam het op voor de gekwelde onderwijzer en schreef naar Monseigneur Faict: 'Immers, gelast met het onderhoud van vrouw en kinderen, heeft hij tot nu toe geenen anderen middelen van bestaan, noch eenige hoop van eene andere school of bediening te bekomen, waardoor hij van verval in armoede zou konnen bevrijd wezen. Jan Bonte zal alle middelen aanwenden om de kinderen, welke naar zijne school komen, katholiek te onderwijzen; bereid van zijne schoole te verlaten, zoo haast de reden dezer vergunning niet meer zou bestaan,of dat hij zou gedwongen zijn iets te doentegenstrijdig met de pligten van eenen waren christenmensch'Immers, gelast met het onderhoud van vrouw en kinderen, heeft hij tot nu toe geenen anderen middelen van bestaan, noch eenige hoop van eene andere school of bediening te bekomen, waardoor hij van verval in armoede zou konnen bevrijd wezen. Jan Bonte zal alle middelen aanwenden om de kinderen, welke naar zijne school komen, katholiek te onderwijzen; bereid van zijne schoole te verlaten, zoo haast de reden dezer vergunning niet meer zou bestaan,of dat hij zou gedwongen zijn iets te doentegenstrijdig met de pligten van eenen waren christenmensch'Immers, gelast met het onderhoud van vrouw en kinderen, heeft hij tot nu toe geenen anderen middelen van bestaan, noch eenige hoop van eene andere school of bediening te bekomen, waardoor hij van verval in armoede zou konnen bevrijd wezen. Jan Bonte zal alle middelen aanwenden om de kinderen, welke naar zijne school komen, katholiek te onderwijzen; bereid van zijne schoole te verlaten, zoo haast de reden dezer vergunning niet meer zou bestaan,of dat hij zou gedwongen zijn iets te doentegenstrijdig met de pligten van eenen waren christenmensch.' Het antwoord van bisschop Faict was negatief. Bonte moest zijn school verlaten, maar …. deed dit niet. Bonte bleef in zijn Veldschool en werd daarin gesteund door de gemeenteraad. (Dezelfde Faict zou de bouw van de nieuwe Sint-Annakapel nutteloos maken door de inzegening ervan te weigeren) Door de pensionering van Mervillie in 1878 werden de lessen in het leerwerkhuis gegeven door Polidoor Devaere. Toen deze stopte kwamen Bonte en Brulez naar voren als opvolgers. Arrondissementscommissaris Vandenberghe steunde Brulez en wees erop dat Bonte niet over het vereiste diploma beschikte. Diploma of geen diploma, druk of geen druk, de gemeente benoemde Jan Bonte op 19 januari 1881 als leraar aan het leerwerkhuis. Bonte kreeg wekelijks drie lesuren om 20 wevers de belangrijkste vakken van het lager onderwijs aan te leren. Voor de tweede maal in anderhalf jaar was
de kleurrijke Tijdens de jaren van de schoolstrijd ging het met meester Bonte opperbest. Duidelijk is dat de school heel wat leerlingen telde en Bonte kreeg de hulp van vrouwlief. Barbara Heytens werd tijdens de gemeenteraad van 16 juli 1883 benoemd tot juffrouw handwerk. Ook financieel had hij nu geen reden om te klagen. Hij ontving in 1877 1130 frank uit de gemeentekas, in 1880 werd dit opgetrokken tot 1360 frank. Daarbij kwamen de schoolgelden: 124 frank en 100 frank voor het lesgeven in het modeatelier of leerwerkhuis. Het duo Aurelia – Crescentia Het Hoenderveld, in den Winter eenzaam en verlaten als een halve missiepost en in den Zomer prettig weggescholen tusschen de zwaar beladen fruitboomen, leidde een rustig bestaan. Aldus Antonnellus Verschuere in zijn beschrijving van de diverse stichtingen van de congregatie van Onze Lieve Vrouw van de 7 Weeën. Of Bontes gemoed ook zo rustig was, was zeer de vraag. De schoolmeester verloor steeds meer leerlingen aan de pas opgestarte Poelbergschool. Op 15 oktober 1881 had de congregatie van De Zusters van 't Geloove de op de Poelberg gelegen oude kantwerkschool als lagere school ingericht: onder de naam:"D'Hope". Zij mochten zich verheugen in ene gestadigen , rustigen opbloei, met Jan Bonte als grootste slachtoffer. Bontes nadagen Halverwege maart 1888 bracht het schepencollege een bezoek aan de Veldschool, na tal van klachten dat het onderwijs er veronachtzaamd werd en het aantal leerlingen dramatisch teruggelopen was. Met voldoening werd geconstateerd dat meester Bonte op post was en dat er 70 leerlingen op school waren. Op 31 december 1887 waren er door de meester zelve 92 opgegeven. Drie jaar eerder werden er officieel nog 94 geteld. Tien jaar later hadden Jan Bonte en zijn vrouw Barbara Heytens nog 69 leerlingen, op 14 januari 1900 waren er 65. Stilaan begon het schepencollege te twijfelen aan de capaciteiten van de schoolmeester, want tijdens de gemeenteraadszitting van 22 februari 1900 werd de vierjaarlijkse weddeverhoging van Bonte weggestemd. Reden: "…gezien de verschillende verslagen van de heer kantonnale schoolopziener over zijne schoolbezoeken in de school van meester Bonte…. Overwegende dat het blijkt uit de verslagen dat er punten zijn als redelijk opgegeven en dat andere als latende te wenschen, staan aangegeven." Het jaarloon bleef beperkt tot 1700 frank, nauwelijks 100 frank meer dan de wedde van zijn veel jongere collega Brengier. Barbara Heytens ontving 70 frank jaarlijks. Deze drastische sanctie staat lijnrecht tegenover de bemoedigende schouderklopjes die er kort voordien aan Bonte werden gegeven:
Bonte had in zijn laatste schooljaren een klas van om en bij de 60 leerlingen. De arrondissementscommissaris bracht dit probleem ter sprake in een schrijven van 20 juni 1908. Men besloot er niet op in te gaan daar Bonte toch spoedig zijn ontslag zou indienen. Bontes ontslag Op 16 april 1909 diende Jan Bonte zijn ontslag in, zich beroepend op zijn hoge leeftijd. De gemeenteraad ging akkoord op voorwaarde dat hij zijn functie zou uitoefenen tot 1 september 1909, overwegende dat de herinrichting van de school van den wijk Hoenderveld maar plaats kan hebben met 1 september1909. Bonte gaf 57 jaar les op zijn gemeente Dentergem: een record dat ongebroken blijft. Het aftreden ging uiteraard niet onopgemerkt voorbij. De Gazette van Thielt meldt:" ..dat de nagedachtenis aan meester Bonte nog lange jaren zou blijven voortbestaan bij de bewoners van de Bunders en het Hoenderveld. Talloze kinderen hadden hem als bekwaam leraar en voorzichtig en godsdienstig raaadsman gekend en gewaardeerd", aldus de toenmalig lovende recensie. Bontes pensioen Bonte kreeg een pensioen toegekend van 1491 frank. Hij verliet vermoedelijk begin oktober 1909 zijn vertrouwde Veldschool en vestigde zich samen met zijn vrouw in een huurhuis in de Markegemsesteenweg nu nummer 36, bewoond door Danny Roose. Barbara Heytens overleed op 17 september 1919, meester Jan Bonte op 22 april 1927, toen 92 jaren oud. Aurelia en Crescentia Het was een publiek geheim dat Bonte zou worden opgevolgd door nonnen. De inwoners van de wijk Hoenderveld waren daar niet al te happig naar en zetten een petitie op om de zoon van Bonte aan het hoofd te krijgen, ene Camiel Bonte , reeds 18 jaar hulponderwijzer te Bellegem. Maar de knoop was reeds doorgehakt, de zusters zouden er komen. De petitie bereikte de gemeenteraad op 30 juli 1909, men vroeg om als opvolgers voor Jan Bonte geen religieuzen naar de Veldschool te zenden. De zo vaak verguisde meester was nu opeens eenen goeden raadgever en eene onmiddelijke hulp … in vele omstandigheden. Wie de zusters ook mochten zijn, ze zouden zeker niet geschikt zijn voor een adequate opvoeding van de jongens en ze zouden zich niet kunnen aanpassen aan de soms exuberante leefgewoontes van de lokale bevolking. De petitielijst telde 38 handtekeningen. Op 8 september 1909 richtten de zusters Aurelia en Crescentia een sollicitatieschrijven aan de gemeente. Aurelia , Alida Dewitte, geboren te Heestert op 19 mei 1876; Crescentia, Leontine Gielis, geboren te Uitkerke op 4 juni 1884, waren beiden Zusters van Onze Lieve Vrouw van de 7 Weeën te Ruiselede. Tijdens de gemeenteraadszitting van 11 september 1909 werd beslist dat vanaf 1 oktober 1909 de Veldschool 2 klassen zou tellen, gedirigeerd door gediplomeerde leerkrachten én kloosterzusters Aurelia (hoofdonderwijzeres) en Crescentia (hulponderwijzeres). Ze kregen 61 leerlingen onder hun hoede, 43 jongens, 18 meisjes. Ze konden beschikken over de school, de schoolwoning, de hof en moestuin. De aanvraag voor nieuwe klassen is in deze periode te hoog gegrepen en wordt weggewimpeld. De jaarwedde voor de zusters werd bepaald op 1200 frank voor Aurelia en 1000 frank voor Crescentia. Met de komst van de zusters legde nu ook Barbara Heytens er ook het bijltje bij neer. De kleuterklas Nog tijdens die gemeenteraadszitting werd er gesproken over een bewaarklas. Aimé Blomme, een architect uit Wielsbeke had al een plan klaar, maar het project ging aangezien het klein getal leerlingen niet door. Het duurde dan nog tot 8 januari 1920 vooraleer kleuterleidster Sebastiana in de Veldschool benoemd werd. Sebastiana, Camilla Van Hullebusch, geboren te Oedelem op 30 augustus 1889. Bouwmeester Blomme diende zijn ontwerp dus te veranderen. Op 28 februari 1910 werd een nieuw plan aan de gemeenteraad voorgelegd voor 2007 frank en 82 centiemen. Eind oktober 1910 opperde de provinciegouverneur enige bezwaren tegen het totaal gewijzigde ontwerp. De oude waterput was onbruikbaar geworden door een lekkende vlakbij gelegen beerput. Er werd ook op aangedrongen de 2 galerijen, palend aan beide speelplaatsen, te plaveien. 's Winters waren ze door de vettige kleigrond onbruikbaar en ze maakten het rein houden van de klassen schier onmogelijk. Op 16 mei 1911 werd het plan goedgekeurd. De begroting bedroeg dan 3185 frank en 38 centiemen en op 28 juli 1911 werd er overgegaan tot de Openbare Aanbesteding voor het optrekken eener stage aan het woonhuis der Gemeenteschool te Denterghem 'Hoenderveld', met de nodige veranderingen. Aannemers werden Vanwijnsberghe en Desmet uit Olsene. Het heengaan van Aurelia en Crescentia Beide zusters bleven onderwijzen tot 15 september 1937, datum waarop ze door de algemeen overste van de congregatie naar het moederhuis te Ruiselede werden teruggeroepen. Volgens een officieuze bron was pastoor Achiel Dewaele niet te spreken over hun pedagogische inzet, dit lag dan ook aan de basis van hun niet-geplande vertrek. Aurelia stierf op 2 januari 1951, Crescentia op 13 januari 1961. Sebastiana, Bonfilia, Reginalda, Dionisia, Apollonia ,...
Angèle Verbeke
Nicole Maes
Ida en Fernand
Hoe 't hier vroeger wel was..... Op deze kaart van A. Sanderus zien we duidelijk "t' Hoendervelt" liggen als een uitgestrekt bosgebied. De weg Dentergem - Thielt passeert langs de oostflank van het bos. De kaart dateert uit 1662 toen ze verscheen in de "Atlas Major". De kaart was oorspronkelijk als kopergravure ontworpen en opgedragen aan de schepenen en de adel van de kasselrij. We zien op dit fragment duidelijk "de Roede van Thielt. De originele kopergravure was 365 mm op 490 mm. Hoe Dentergem groeide tot Dentergem. Dentergem was een oude heerlijkheid die toebehoorde aan de heren "de Denterghem", zij gaven er dan ook hun eigen naam aan. In 1035 sprak men al van ene Letbertus van Dentergem. Na Pieter van der Zype worden ook nog Antoon del Rio en heer van Dentergem genoemd. Pieter van der Zype was in 1391 ridder van Dentergem. In 1398 was hij gouverneur van Rijsel. Antoon del Rio was hier schildknaap. De heer van Dentergem was ook schepen van 't Brugse Vrije en werd Cornelius de la Flaye genoemd. Het land van Dentergem ging over in de handen van de familie 'de Gruutere" en later werd het als huwelijksgeschenk aan de jonkheer Jan Frans van Kerkhove geschonken. De jonker noemde zichzelf ook jonker Jan Frans van Kerkhove van Dentergem. Archeologische vondsten. In Dentergem werd in 1899 in een moerassig bosje nabij de Peperlabeke een paaldorp drooggelegd. (Peper is een oud woord voor mierikswortel: een medicinaal kruid). De Peperlabeke is ook de Crammendijkbeke, die van naam verandert als ze Dentergem binnenvloeit. Naast eeuwenouden eikenhouten palen werden ook keimessen ontdekt. Hoe men tot de ontdekking kwam: de Mandel vloeit langs twee vertakkingen naar de Leie. De oude Mandel kwam langs Gottem en krijgt er in Dentergem de Peperlabeke bij. Deze Peperlabeke komt van de Poelberg. Naast die beek lag vroeger een moerassig bosje dat in 1899 drooggelegd werd. Op deze plaats vond men in datzelfde jaar een rechtstaande eikenhouten paal. Het onderzoek wees uit dat er onder het zand , dat met de beek was aangeslibd, een laag turf lag. Daaronder twee tot drie meter diep lag de oude aarde van het moeras, blauwe leemaarde. In die laag stonden de balken in reeksen geplant. Samen met de balken vond men ook planken waarop de hutten gestaan moeten hebben. De naam Dentergem: volgens Carnoy betekent "Dentergem": "villa van de Denteringen", dit wil zeggen: villa van de familie van de man van wie de naam "Denter" moet zijn geweest. een andere uitleg: Denter-inga-hem: woonplaats van de lieden van Dando.
Folkloristische gebruiken. De Heilige Stephanus wordt aangeroepen tegen "de steen". Naast de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van de Zeven Weeën, is er te Dentergem een Sint-Antoniuskapel en een koortskapel. In de koortskapel wordt er gediend voor de Heilige Anna. In de streek van Dentergem was het vroeger de gewoonte om op mei-avond (30 april op 1 mei) de mei te steken op de huizen waar er huwbare dochters waren. De mei die men koos had een specifieke betekenis.
De fotografische herdruk van de antieke kaart van N. de Fer uit 1709 werd besteld. De aangepaste, ingekleurde versie zou voor juli '99 in deze site opgenomen worden. Merk alvast de schrijfwijze van Dentergem op. Deze kaart maakt geen gewag van het gehucht ' 't Hoendervelt' ', dit in tegenstelling tot de oudere kaart van Sanderus (1662). Let op het uitgestrekte woud - bos tussen de Poelberg en Denterghem. De Kutskapel, de koortskapel, de Sint-Anna kapel
De nieuwe Sint-Annakapel
De Dreve
Oorspronkelijk heette de Dreve eigenlijk " 's heeren dreve ", of de dreef van de heer. Zij was dus privé-bezit van de heren van Dentergem. De gemeente kocht de Dreve voor een deel af in 1886. De dreef was toen nog langs beide zijden met linden beplant. De heer Astère de Kerckhove ontving jaarlijks een vergoeding van 150 francs. Zo kwam het stuk vrij tussen de Nieuwstraat en café De Haan (in 1725 was dat nog de hofstede 't Haentjen). Men kon vanaf toen de slagbomen verwijderen en vrij met allerhande voertuigen passeren. De Boulevard In de vorige eeuw was er nog sprake van twee kleine wegeltjes: 't kleyn wegelken: van de dreve naar 't huis van de veldwachter het zesbunderweghelken: van de veldwachter tot de Statiestraat Pas rond 1900 liet de toenmalige notaris Adolf Devisscher de wegeltjes verbreden en afzomen met linden en beuken. Zo werd de Boulevard geboren. Het Nellekenshof, de Bunderswijk In 1973 werd een sociale woonwijk gebouwd, die eerst de Tuinwijk werd gedoopt. Kort daarop werd overgestapt op de naam Nellekenshof. Dit was een verwijzing naar de plaats waar de wijk gelegen was, namelijk op het Nelleke. Waarschijnlijk was het Nelleke eerst het Helleke, en werd het Nelleke door een verspreking door de jaren heen. Een Helleken is een diepgelegen, natte en verloren plek. Vijf jaar later startte de opbouw van de Bunderswijk. Deze naam komt van de plaats waarop de wijk werd gebouwd. Op de ses Bunder van heere van denterghem ( de zes bunders van de heer van Dentergem). De Bunderswijk heete tot voor kort nog Bamstraat. In de 18e eeuw (1701-1800) had men het nog over de Baenstraete en een ander gedeelte heette toen Ramstraete. Een samenvoeging van beide straatnamen geeft ons Bamstraat. 't Casteelgoed De centrale hofstede van de heerlijkheid Dentergem stond al in de Middeleeuwen bekend onder de naam " 't Casteelgoed ". In de 15e eeuw (1401-1500) werd het opperhof met kasteel nog bewoond door de toemmalige heer van Dentergem, Geraerd Van der Zype. Deze boerderij was omwald en lag met een baan verbonden met de windmolen. Alle boeren, afhangend van de heerlijkheid Dentergem, waren verplicht hier hun graan te komen malen. Op 3 augustus 1936 werd de laatste, in 1772 gebouwde molen, afgebroken. 't Goed ter Brauwerije 't Goed ter Brauwerije was één van de weinige omwalde hofsteden die Dentergem rijk was. Onder de 15 à 20 heerlijkheden (= rechtsgebieden) was de dorpsheerlijkheid Dentergem de grootste. Het Brouwerijgoed was het midden van de heerlijkheid Groothuyse en Cleynhuyse. De familie Coucke bewoonde deze boerderij. Jan Coucke was schepen, gemeenteraadslid. Z'n zoon is nog steeds recordhouder: hij was het langst schepen te Dentergem, meer dan 51 jaar alstublieft!!
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||