Onze fiches

1. Socio-emotionele ontwikkeling
2. Motoriek
3. Wiskundige initiatie
4.Cognitieve ontwikkeling
5.Leesinitiatie
6.Taal- en spraakontwikkeling
7.Spel- en werkhouding

1. Sociaal-emotionele ontwikkeling

 

1 ═══ stelt zich open en ontvankelijk op (welbevinden)
2
═══ uit zich spontaan en durft zichzelf te zijn (welbevinden)
3
═══ voelt zich emotioneel goed en is gelukkig op school (welbevinden)
4
═══ voelt zich als persoon iets waard, zelfwaardegevoel is o.k. (welbevinden)
5
═══ komt op voor zichzelf (welbevinden)
6
═══ kan plezier beleven en durft te genieten (welbevinden)
7
═══ straalt voldoende zelfvertrouwen en innerlijke rust uit (welbevinden)
8
═══ durft voor zichzelf opkomen en zich weerbaar opstellen (welbevinden)
9
═══ is niet angstig of teruggetrokken (welbevinden)
10
═══ is gemakkelijk te motiveren (betrokkenheid)
11
═══ heeft interesse voor de meeste activiteiten (betrokkenheid)
12
═══ voert de klasopdrachten goed uit (betrokkenheid)
13
═══ is leergierig (betrokkenheid)
14
═══ heeft positief contact met kleuters en leerkracht (betrokkenheid)
15
═══ leeft mee met een ander (betrokkenheid)
16
═══ kan zich voldoende concentreren (betrokkenheid)
17
═══ houdt de aandacht gaande - taakspanning is op niveau (betrokkenheid)
18
═══ werkt zelfstandig een opdracht af (betrokkenheid)
19
═══ werkt vanuit zichzelf gemotiveerd (betrokkenheid)
20
═══ vertoont sociaal gedrag - vragen, luisteren, danken..(sociale gerichtheid)
21
═══ zoekt spontaan vrienden op (sociale gerichtheid)
22
═══ durft praten in groep en bij klassikale activiteiten (sociale gerichtheid)
23
═══ stoort andere kinderen niet (storend gedrag)
24
═══ zoekt zelden ruzie of conflicten (storend gedrag)
25
═══ beheerst emoties, is niet agressief (storend gedrag)
26
═══ gaat zorgzaam om met het materiaal (storend gedrag)
27
═══ is niet overbeweeglijk (storend gedrag)
28
═══ moet vaak aangemoedigd worden (belonen en straffen)
29
═══ berispen of straffen is zelden nodig (belonen en straffen)

2. Motoriek

 

K1 ═══ 1 ═══ vlot soepel stappen en lopen - globaalbewegingen (G.M)
K1
═══ 2 ═══ bootst houdingen en eenvoudige bewegingen na (G.M)
K1
═══ 3 ═══ springen op 2 benen - al of niet ter plaatse (G.M)
K1
═══ 4 ═══ even op 1 been staan en springen (G.M)
K1
═══ 5 ═══ kan een bal rollen en een traag rollende bal grijpen (G.M)
K1
═══ 6 ═══ kan een zachte bal (houterig)gooien en vangen (G.M)
K1
═══ 7 ═══ kan klimmen en traplopen met bijzetpas (G.M)
K2
═══ 8 ═══ bootst houdingen en bewegingen na van een prent of pictogram (G.M)
K2
═══ 9 ═══ beweegt leniger zonder al te veel bijbewegingen (G.M)
K2
═══10═══ eerste ontwikkeling voorkeurshelft bij handen en voeten (G.M)
K2
═══11═══ kan op 2 benen springen - 15 cm hoog, 30 cm ver (G.M)
K2
═══12═══ kan een paar keer op 1 been springen - al of niet ter plaatse (G.M)
K2
═══13═══ kan klimmen en dalen, traplopen zonder bijzetpas (G.M)
K2
═══14═══ kan achteruit stappen of gaan (G.M)
K2
═══15═══ zachte voorwerpen rollen, grijpen,gooien en vangen vanop korte afstand -2m (G.M)
K2
═══16═══ kan huppelen (G.M)
K3 ═══17═══ voert verbaal gegeven bewegingen en houdingen uit (G.M)
K3
═══18═══ maakt gecoördineerde bewegingen (G.M)
K3
═══19═══ ontwikkelt dominante voorkeurshelft en kan die aanwijzen (G.M)
K3
═══20═══ op 2 benen springen - 30cm ver, 60 cm hoog (G.M)
K3
═══21═══ kan 10 keer springen op 1 been - zonder/met verplaatsing (G.M)
K3
═══22═══ achteruitstappen langs een rechte streep en achteruitlopen (G.M)
K3
═══23═══ bal botsen en vangen, gooien en vangen vanop 4 m (G.M)
K3
═══24═══ kan vlot huppelen - gekruiste arm-beencombinatie (G.M)
K3
═══25═══ rolt zelfstandig en komt tot koprol (G.M)
K1
═══26═══ fijne motoriek functioneert normaal (F.M)
K1
═══27═══ scheuren en knippen : beheerst de technieken (F.M)
K1
═══28═══ normale pennengreep (grote stift, wasco)en schrijfhouding (schrijfinitiatie)
K1
═══29═══ kan grote figuren inkleuren/schilderen (schrijfinitiatie)
K2
═══30═══ maakt gecoördineerde fijnmotorische bewegingen (F.M)
K2
═══31═══ ontwikkelt een voorkeurshelft - welke? (schrijfinitiatie - voorkeurshelft)
K2
═══32═══ scheuren : rechte stroken, knippen : rechte en gebroken lijnen (F.M)
K2
═══33═══ goede pennengreep, schrijfhouding en spierbeheersing - hard of zacht (schrijfinitiatie)
K2
═══34═══ vingermotoriek is normaal ontwikkeld (schrijfinitiatie)
K2
═══35═══ kleurt en schildert binnen dik omrande strepen (schrijfinitiatie)
K3
═══36═══ oog-handcoördinatie functioneert goed (schrijfinitiatie)
K3
═══37═══ heeft een duidelijke voorkeurshelft - welke? (schrijfinitiatie, voorkeurshelft)
K3
═══38═══ gebroken lijnen en ronde vormen, knippen : ronde vormen met diverse papiersoorten (F.M)
K3
═══38═══ goede pennengreep(alle materialen) ,schrijfhouding en spierspanning (schrijfinitiatie)
K3
═══39═══ kan figuren met verticale/horizontale/gebogen lijnen natekenen (schrijfinitiatie)
K3
═══40═══ kan grondpatronen en geometrische figuren natekenen (schrijfinitiatie)
K3
═══41═══ kan voldoende nauwkeurig inkleuren en schilderen (schrijfinitiatie)

 

3. Wiskundige initiatie

 

K1 ═══ 1 ═══ beheerst wiskundige basisbegrippen (rekentaal en begrippen)
K1
═══ 2 ═══ 1-1 relatie - vb in elke vaas ëën bloem (1-1 relatie)
K1
═══ 3 ═══ ordent tot 3 voorwerpen met een duidelijk verschil (ordenen of seriëren)
K1
═══ 4 ═══ kan vooruit tellen tot 3 (getallen-de telrij)
K1
═══ 5 ═══ beheerst de hoeveelheden 1 , 2 en veel (getallen-hoeveelheden)
K1
═══ 6 ═══ kan rekenhandelingen uitvoeren -bijdoen, afdoen (rekenhandelingen)
K1
═══ 7 ═══ legt korte staafjes naast een lange om evenlang te maken (meten)
K2
═══ 8 ═══ beheerst relatiebegrippen - evenveel, dikker, meer, vol,... (rekentaal en begrippen)
K2
═══ 9 ═══ gebruikt concreet de 1-1 relatie voor (niet) evenveel (1-1relatie)
K2
═══10═══ ordent tot 4 voorwerpen, bv van licht naar zwaar (ordenen of seriëren)
K2
═══11═══ classificeert blokken.... naar 1 kenmerk - bv dik, hoekig (classificeren)
K2
═══12═══ zegt de telrij op tot 6 en telt achteruit vanaf 4 (getallen-de telrij)
K2
═══13═══ telt synchroon tot 6 met aanraken (getallen-synchroon tellen)
K2
═══14═══ kan na het tellen zeggen hoeveel er zijn - tot 4 (getallen-hoeveelheden)
K2
═══15═══ past het begrip 'verdelen/tweemaal nemen' toe (rekenhandelingen)
K2
═══16═══ rangtelwoorden : eerste tot en met vierde en laatste (getallen-rangorde)
K2
═══17═══ bewerkingen : bijdoen/wegdoen, evenveel maken, verdelen (rekenhandelingen)
K2
═══18═══ scheppen met een kleine beker duurt langer (conservatie))
K2
═══19═══ weten dat 3 dingen ver/dicht bij elkaar evenveel is (conservatie)
K2
═══20═══ classificeert voorwerpen met ronde en hoekige vorm (ruimte-vormen)
K3
═══21═══ beheerst wiskundige begrippen - halfvol, voorlaatste,... (rekentaal en begrippen)
K3
═══22═══ vergelijkt grotere hoeveelheden met 1-1-relatie (1-1 relatie)
K3
═══23═══ classificeert naar 2 of meerdere kenmerken, met 1 negatie - bv niet rond (classificeren)
K3
═══24═══ ordent tot 6 voorwerpen met kleine verschillen - bv dikte ,lengte (seriëren)
K3
═══25═══ geeft aan vanuit welk gezichtshoek een figuur is weergegeven (ruimte)
K3
═══26═══ weet en verwoordt dat een hoeveelheid dezelfde blijft ongeacht plaats, vorm, richting (conservatie)
K3
═══27═══ zegt de telrij op tot 10 en telt achteruit vanaf 6 (getallen-de telrij)
K3
═══28═══ telt met wisselend beginpunt -bv 3 tot 7, 5 tot 1(getallen-de telrij)
K3
═══29═══ telt tot 10 met aanwijzen -niet aanraken (getallen-synchroon tellen)
K3
═══30═══ kan resultatief tellen -1,2,3,4,5: er zijn er vijf (getallen-hoeveelheden)
K3
═══31═══ associeert cijfersymbolen met hoeveelheden tot 5 (getallen-hoeveelheden)
K3
═══32═══ beheerst rangtelwoorden tot 5 - vijfde (getallen-rangorde)
K3
═══33═══ voert rekenhandelingen uit - vermeerderen,verminderen,3 keer,verdelen (rekenhandelingen)
K3
═══34═══ kiest passende maateenheid om te meten vb beker,touwtje...(conservatie)
K3
═══35═══ onderscheidt en benoemt cirkel, driehoek, rechthoek,vierkant (ruimte)
K3
═══36═══ perspectief - kan figuren aanduiden die veraf/dichtbij staan (ruimte)

4. Cognitieve ontwikkeling

 

K1 ═══ 1 ═══ kan houdingen en eenvoudige bewegingen nabootsen (lichaamsschema)
K1 ═══ 2 ═══ kan lichaamsdelen aanduiden bij zichzelf (zie begrippenlijst lichaamsschema)
K1 ═══ 3 ═══ tekent een kopvoeter (lichaamsschema)
K1 ═══ 4 ═══ begrijpt een enkelvoudige opdracht (opdrachten begrijpen)
K1 ═══ 5 ═══ begrijpt ruimtelijke begrippen en voert eenvoudige ruimtelijke opdrachten uit (zie begrippenlijst ruimte)
K1 ═══ 6 ═══ legt voorbereidende en eenvoudige puzzels tot 10 stukken (puzzelen)
K1 ═══ 7 ═══ begrijpt tijdsbegrippen voor 3-jarigen (zie begrippenlijst tijd)
K1 ═══ 8 ═══ beheerst eenvoudige kalenders-dag en nacht, weerkalender (tijd)
K1 ═══ 9 ═══ kan 2 tot 3 prenten cronologisch ordenen (tijd)
K1 ═══10═══ geheugen functioneert normaal - tempo, duur (geheugen)
K1 ═══11═══ waarnemen verloopt vlot levensecht, prenten, tactiel =voelt koud/warm, nat/droog aan (waarnemen)
K2 ═══12═══ begrijpt tweeledige opdrachten (opdrachten begrijpen)
K2 ═══13═══ kan houdingen en bewegingen van een prent of pictogram nabootsen (lichaamsschema)
K2 ═══14═══ benoemt lichaamsdelen bij zichzelf en bij anderen (zie begrippenlijst lichaamsschema)
K2 ═══15═══ tekent een menselijke figuur met de belangrijkste lichaamsdelen (lichaamschema)
K2 ═══16═══ voert ruimtelijke opdrachten uit voor 4-jarigen (zie begrippenlijst ruimte)
K2 ═══17═══ begrijpt en gebruikt ruimtelijke begrippen voor 4-jarigen (zie begrippenlijst ruimte)
K2 ═══18═══ legt puzzels van 20 tot 30 stukken (puzzelen)
K2 ═══19═══ begrijpt en gebruikt tijdbegrippen voor 4-jarigen (zie begrippenlijst tijd)
K2 ═══20═══ kan 4 tot 5 prenten cronologisch ordenen (tijd)
K2 ═══21═══ beheerst de kalenders van de tweede kleuterklas (tijd)
K2 ═══22═══ geheugen functioneert normaal - tempo, duur (tijd)
K2 ═══23═══ ontdekt gelijkenissen en verschillen, heeft oog voor detail (waarnemen)
K2 ═══24═══ betast niet zichtbare dingen en beschrijft ze ( waarnemen)
K3 ═══25═══ begrijpt meervoudige opdrachten (opdrachten begrijpen)
K3 ═══26═══ tekent een menselijke figuur vrij gedetailleerd (lichaamsschema)
K3 ═══27═══ voert verbaal gegeven houdingen en bewegingen uit en verwoordt de bewegingen (lichaamsschema)
K3 ═══28═══ benoemt lichaamsdelen op een prent en/of pictogram (lichaamsschema)
K3 ═══29═══ gebruikt actief ruimtelijke begrippen voor 5-jarigen (zie begrippenlijst ruimte)
K3 ═══29═══ voert tweedimensionele opdrachten uit i.v.b.m de ruimte - aanduiden, natekenen,begrippen (ruimte)
K3 ═══31═══ wijst links en rechts aan bij zichzelf (lichaamsdelen) en bij voorwerpen (links-rechtsoriëntatie)
K3 ═══32═══ voert links-rechtsopdrachten uit op papier (links-rechtsoriëntatie)
K3 ═══33═══ legt puzzels van 50 stukken en meer (puzzelen)
K3 ═══34═══ gebruikt actief tijdsbegrippen voor 5-jarigen (zie begrippenlijst tijd)
K3 ═══35═══ beheerst en begrijpt de kalenders voor 5-jarigen (tijd)
K3 ═══36═══ kan 5 of meer prenten of voorwerpen cronologisch rangschikken (tijd)
K3 ═══37═══ geheugen functioneert normaal - tempo, duur (geheugen)
K3 ═══38═══ benoemt al tastend voorwerpen die hij voordien heeft waargenomen (waarneming)

 

5. Leesinitiatie

 

K1 ═══ 1 ═══ herkent en begrijpt zijn naampictogram en hoekenpictogrammen(zingeving en symboolbewustzijn)
K1
═══ 2 ═══ kijjkt geregeld in boeken, tijdschriften, folders (belangstelling)
K1
═══ 3 ═══ wijst gelijkenissen en grote verschillen aan (visuele discriminatie)
K1
═══ 4 ═══ wijst aan wie/wat weg of erbij is - kimspel (visueel geheugen)
K1
═══ 5 ═══ kan een reeks woorden aanvullen - bv een, twee,.... (auditieve synthese)
K1
═══ 6 ═══ reageert op afgesproken geluiden (auditieve analyse)
K1
═══ 7 ═══ geeft aan vanwaar een geluid komt en benoemt bekende geluiden(auditieve discriminatie)
K1
═══ 8 ═══ herhaalt klankpatronen (auditief geheugen)
K2
═══ 9 ═══ begrijpt de pictogrammen in de klas (zingeving en symboolbewustzijn)
K2
═══10═══ heeft interesse in boeken en de boekenhoek (belangstelling)
K2
═══11═══ ondekt kleinere verschillen op 2 gelijkende prenten (visuele discriminatie)
K2
═══12═══ onthoudt een verborgen voorwerp uit 4 voorwerpen (visueel geheugen)
K2
═══13═══ kan een verhaal navertellen aan de hand van de prenten (visueel geheugen)
K2
═══14═══ heeft oog voor detail bij een prentwaarneming (visuele analyse)
K2
═══15═══ voegt delen samen tot een geheel - voorwerpen, figuren (visuele synthese)
K2
═══16═══ onderscheidt kleinere geluidsverschillen - hoogte, lengte (auditieve discriminatie)
K2
═══17═══ herhaalt ritmepatronen in de juiste volgorde (auditief geheugen)
K2
═══18═══ kan een verhaal of gebeurtenis navertellen (auditief geheugen)
K2
═══19═══ geeft aan of woorden rijmen/niet rijmen, ondekt rijmkarakter (auditieve analyse)
K2
═══20═══ zegt woorden syllabisch na, woorddelen uitspreken en tegelijk klappen (auditieve analyse)
K2
═══21═══ zingt een begonnen lied verder (auditieve synthese)
K2
═══22═══ zin kunnen maken met een bekend woord als vertrekpunt (auditieve synthese)
K2
═══23═══ zondert voorwerpen af die er niet bijhoren (objectivering)
K3
═══24═══ geeft van abstracte pictogrammen de betekenis (zingeving en symboolbewustzijn)
K3
═══25═══ wijst dezelfde letters/woorden aan ongeacht grootte of plaats (visuele discriminatie)
K3
═══26═══ heeft belangstelling voor aspecten van lezen (belangstelling)
K3
═══27═══ ondekt gedetailleerde verschillen op sterk gelijkende afbeeldingen (visuele discriminatie)
K3
═══28═══ herkent eigen naam (visueel geheugen)
K3
═══29═══ onthoudt uit een reeks van 5, 2 voorwerpen erbij/eraf (visueel geheugen)
K3
═══30═══ geeft na waarneming aan of een tweede woord langer/korter is (visueel geheugen)
K3
═══31═══ onderscheidt interventies vb : b en q (visuele analyse)
K3
═══32═══ geeft bij 2 getoonde woorden aan, welke letter er meer/minder is (visuele analyse)
K3
═══33═══ geeft bij het zien van een deel het geheel aan (visuele synthese)
K3
═══34═══ legt letters samen tot een getoond woord - k.a.t = kat (visuele synthese)
K3
═══35═══ onderscheidt auditief korte/lange zinnen en woorden (auditieve discriminatie)
K3
═══36═══ hoort of 2 woorden al of niet dezelfde zijn, hoort klankverschillen (auditieve discriminatie)
K3
═══37═══ vertelt gedetailleerd verhalen/gebeurtenissen zonder hulp (auditieve discriminatie)
K3
═══38═══ splitst met hakken - zin in woorden/ woord in letters (auditieve analyse)
K3
═══39═══ vult met een begin-of eindrijm aan - woord of zin (auditieve analyse)
K3
═══40═══ kan een zin maken met 2 woorden (auditieve synthese)
K3
═══41═══ kan een woord maken dat begint/eindigt met....(auditieve synthese)

 

6. Taal- en spraakontwikkeling

K1 ═══ 1 ═══ spreekt A.N in de klas (A.N)
K1
═══ 2 ═══ is bereid tot praten, vertoont geen spreekangst (bereidheid tot praten)
K1
═══ 3 ═══ verwerft gemakkelijk begrippen (begrippen verwerven)
K1
═══ 4 ═══ kent de hoofdkleuren (kleurenkennis)
K1
═══ 5 ═══ articulatie op niveau - klinkers en losse medeklinkers in woorden (articulatie)
K1
═══ 6 ═══ passieve woordenschat op niveau = begrijpen (woordenschat)
K1
═══ 7 ═══ actieve woordenschat op niveau = gebruiken (woordenschat)
K1
═══ 8 ═══ spreekt met 1à 3 woordzinnen (zinsbouw)
K1
═══ 9 ═══ begrijpt een enkelvoudige opdracht en voert die uit (opdrachten begrijpen en uitvoeren)
K1
═══10═══ kan wie-en wat vragen beantwoorden (vragen beantwoorden)
K1
═══11═══ begrijpt en gebruikt verwijswoorden - ik , hij , wij , mij (zinsbouw)
K1
═══12═══ gebruikt eenvoudige meervouden en verkleinwoorden (zinsbouw)
K1
═══13═══ kan versjes en rijmpjes opzeggen - 4 regels (versjes opzeggen)
K1
═══14═══ vertelt een verhaal na a.d.h.v prenten en vragen (vertellen)
K2
═══15═══ kent en benoemt grijs , roze , oranje , licht en donker.......(kleurenkennis)
K2
═══16═══ articulatie normaal (alle medeklinkers zonder r en s) + eenvoudige verbindingen (articulatie)
K2
═══17═══ actieve en passieve woordenschat evolueren normaal (woordenschat)
K2
═══18═══ spreekt 3 à 5 woordzinnen (zinsbouw)
K2
═══19═══ begrijpt een tweeledige opdracht (opdrachten begrijpen en uitvoeren)
K2
═══20═══ kan waar en wanneer , waar en niet-waar vraag beantwoorden (vragen beantwoorden)
K2
═══21═══ begrijpt en gebruikt verwijswoorden (zinsbouw)
K2
═══22═══ kent meervoud, verkleinwoorden, trappen van vergelijking -groter, langs (zinsbouw)
K2
═══23═══ kan rijmpjes en versjes opzeggen - 8 regels (versjes opzeggen)
K2
═══24═══ kan iets vertellen bij een plaat (vertellen)
K3
═══25═══ verwoordt de kleuren actief : paars, zilver, fluo,...(kleurenkennis)
K3
═══26═══ heeft een voldoende rijke woordenschat - passief en actief gebruik (woordenschat)
K3
═══27═══ spreekt met samengestelde zinnen - grammaticaal juist (zinsbouw)
K3
═══28═══ articuleert goed en vlot , ook moeilijke verbindingen - ngt, str, schr,.. (articulatie)
K3
═══29═══ voert kettingopdrachten uit - ook met pictogrammen (opdrachten begrijpen en uitvoeren)
K3
═══30═══ kan een hoe- en waarom vraag beantwoorden (vragen beantwoorden)
K3
═══31═══ begrijpt en gebruikt verwijswoorden - jullie, u, ons, hem, haar, hun (zinsbouw)
K3
═══32═══ kent rangtelwoorden , vervoegingen, v.t , t.t ,.. (zinsbouw)
K3
═══33═══ kent rijmpjes en versjes tot 12 regels - met intonatie (versjes opzeggen)
K3
═══34═══ kan gebeurtenissen of verhalen navertellen zonder visuele hulp (vertellen)

7. Spel- en werkhouding

K1 ═══ 1 ═══ hangt eigen kleren aan de kapstok (zelfredzaamheid)
K1
═══ 2 ═══ wast zijn handen alleen (zelfredzaamheid)
K1
═══ 3 ═══ trekt muts, sjaal , ....alleen uit (zelfredzaamheid)
K1
═══ 4 ═══ kent naam (zelfredzaamheid)
K2
═══ 5 ═══ kan schoenveters losmaken (zelfredzaamheid)
K2
═══ 6 ═══ snuit neus zonder hulp (zelfredzaamheid)
K2
═══ 7 ═══ sluit knopen en rits zelf (zelfredzaamheid)
K2
═══ 8 ═══ kan schoenveters sluiten (zelfredzaamheid)
K2
═══ 9 ═══ kent familienaam (zelfredzaamheid)
K3
═══10═══ sluit knopen en rits zelf (zelfredzaamheid)
K3
═══11═══ kan schoenveters sluiten (zelfredzaamheid)
K3
═══12═══ kent adres (zelfredzaamheid)
K123
═══13═══ leeft de gemaakte afspraken na (afspraken)
K123
═══14═══ kan beurt afwachten (afspraken)
K123
═══15═══ kan luisteren naar andere (afspraken)
K123
═══16═══ weet en verwoordt waarom afspraken nodig zijn (afspraken)
K123
═══17═══ kan een keuze maken en houdt zich eraan (kiezen)
K123
═══18═══ staat open voor de keuzes van de leerkracht (kiezen)
K123
═══19═══ heeft een brede interesse (kiezen)
K123
═══20═══ werkt de taak of het spel af (zelfstandig werken en spelen)
K123
═══21═══ komt niet steeds om bevestiging vragen (zelfstandig werken en spelen)
K123
═══22═══ behoeft niet steeds hulp bij werk of spel (zelfstandig werken of spelen)
K123
═══23═══ lost kleine problemen zelf op (zelfstandig werken of spelen)
K123
═══24═══ begint na tegenslag opnieuw (zelfstandig werken en spelen)
K123
═══25═══ begint onmiddellijk aan een opdracht (opdrachten aanpakken en uitvoeren)
K123
═══26═══ werkt efficiënt - vooraf bezinnen - (opdrachten aanpakken en uitvoeren)
K123
═══27═══ goede inzet en werklust (opdrachten aanpakken en uitvoeren)
K123
═══28═══ verwoordt wat voorbij is en wat nog moet gebeuren (opdrachten aanpakken en uitvoeren)
K123
═══29═══ heeft een goed werktempo - niet te traag, snel - (werk- en speltempo)
K123
═══30═══ kan snel/rustig werken als het moet (werk- en speltempo)
K123
═══31═══ werkt geconcentreerd (werk- en speltempo)
K123
═══32═══ heeft voldoende taakspanning en doorzettingsvermogen (werk- en speltempo)

 

fiche 1  

 

fiche 2

 

fiche 3

 

fiche 4

 

fiche 5

 

fiche 6

 

fiche 7

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10     - - -  6 5 4 3 2 1

 

Kinderen met grootmotorische ontwikkelingsproblemen moeten tal van bewegingskansen krijgen los van de gerichte activiteiten zoals hieronder vermeld.

 

Suggesties voor gerichte remediëring:

 

-      Kruipen, sluipen, rollen, glijden, trappelen, waggelen, heffen, dragen, verplaatsen….(met en zonder materialen)

-      Slepen, trekken, duwen, op en van iets springen, klimmen en klauteren….

-      Springen, huppelen, hinken, balanceren, schommelen……

-      Gooien en vangen, grijpen, kaatsen…..

-      Evenwichtsoefeningen op verhoogde en hellende vlakken zowel op statische als op dynamische steunpunten….

-      Bewegen op muziek of op een verhaal

-      Watergewenning

 

Bij de meeste activiteiten kan men de reactiesnelheid en spierbeheersing verbeteren door begin en einde aan te geven met auditieve signalen(handtrom, fluit, rennen zolang er muziek is….) of met visuele signalen(groen en rood bord, hand opsteken)

 

 

 

3-jarigen

 - horizontaal:

laat de kls beide armen of beide handen samen bewegen tot ze elkaar raken op de middellijn die overeenkomt met de as van het lichaam. Zo ervaart hij beide helften van het lichaam.

Laat bewegingen van armen en handen maken van buiten naar binnen en andersom in de lucht, in het zand, op het bord……

- verticaal:

Laat bewegingen maken met beide armen, de ene opwaarts de anderen neerwaarts

Bv: een opgerold kartonblad naar onder en naar boven openrollen en weer dicht laten rollen.

 

4-jarigen

 

 

Bewegingen zijn nu symmetrisch

Varieer op oefeningen hierboven en werk vanuit schouder- en armbewegingen naar kleinere polsbewegingen:

- met dezelfde hand, been of voet opdrachten uitvoeren en wisselen

- dezelfde beweging maken met armen of benen

- tegengestelde bewegingen:1been naar voor en 1 been naar achter en springend wisselen.

 

Met rechterarm voorwerp grijpen dat ver van(links) van de lichaamsas ligt. Herhaal de oefening met de linkerarm naar rechts zodat hij het overschrijden van zijn lichaamshelft ervaart.

Sporen en strepen trekken in zand, met een natte spons, met dikke stift op groot blad….

Met beide handen ovalen en cirkels maken die elkaar overlappen: in de lucht, in het zand, met vingerverf en waskrijt.

 

5-jarigen

 

Dagdagelijks occasionele en gerichte activiteiten

De hand: jas knopen, schoenveters strikken, spel in zand, water, bouwhoek….

De voet: 1 voet naar voren zetten, op 1 been springen, gooien en schoppen op de bal met dominante voet, verspringen…….

Bij moeilijkheden kijken bij 3- en 4-jarigen.

 

 

               

 

 

ROLLEND VOORWERP GRIJPEN

° laat kleuters als voorbereiding meelopen met rollende voorwerpen

° laat grote voorwerpen rollen over een korte afstand(strandballen, grote dobbelstenen, cilinders)

° laat kleinere voorwerpen rollen (kleinere ballen)

° naar een kleuter toe rollen rechtstreeks in een rechte lijn

° idem maar nu onrechtstreeks: tegen een muur rollen en grijpen bij het terugrollen

° rollen op een oneffen vloer

° kleuters rollen naar elkaar

 

VOORWERPEN GOOIEN

° vrij experimenteren met allerlei voorwerpen

  - ballen, ballonnen,…. met 2 handen gooien

° kleinere voorwerpen gooien met 2 en vervolgens met 1 hand

  - pittenzakken, tennisballetjes, plastic-blokken,….

° gericht gooien

-      net voor of net achter de lijn gooien, tussen de lijnen gooien

-      omhoog gooien met opdracht bv niet hoger dan raam, tot juist tegen het plafond,…..

-      naar een basketbalring of korf gooien   

° naar een vriendje gooien (zo goed mogelijk)

° kaatsen naar een vriendje(bal laten stuiten en opvangen)

° lichte voorwerpen gooien en in de lucht houden(mousseblok, ballon, spons)

 

VOORWERPEN VANGEN

° variatie en gradatie

-      begin met grote, traagvliegende voorwerpen van dichtbij(strandbal, papieren vliegers) en ga geleidelijk aan verder staan

-      daarna schakelen we over naar kleinere voorwerpen zoals ballen, voddenballen, werpringen,springballen

-      zorg voor afwisseling: KL gooit, kind vangt en omgekeerd, kleuter gooit en vangt zelf, kaatsen en opvangen, wissel het materiaal af: bv harde en zachte ballen……

 

 

KOPROLLEN

° vrij draaien en rollen op een veilig plaats om angst om overkop te gaan te overwinnen

° draaien vereenvoudigen: vertrekken van een licht hellend vlak, een klein verhoog waarvan naar beneden gerold wordt.

° zorg dat de kleuter het hoofd goed bij het lichaam houdt: de kin moet het borstbeen steeds raken.

° begeleid de kleuters die niet echt rollen:

-      van vasthouden tot wat bijsturen

     -    knuffel achter kleuter zetten en laat hem tussen zijn benen door naar de knuffel kijken en begeleid de draaibeweging.

° gradatie:1 koprol, verschillende na elkaar met steeds minder tussenbewegingen, koprollen in een gegeven richting, tussen 2 lijnen op een lange mat.

HUPPELEN

 

° sta voor of naast de kleuter en voer de beweging traag uit:

-      begin met het voorkeursbeen van de kleuter:voet neerzetten en eenmaal op springen, de andere voet neerzetten en opspringen,…….

-      Oefen met een beperkte voortbeweging bv; afwisselend op zwarte en witte tegel huppelen

-      Herhaal de oefening en biedt hulp door een hand vast te houden.

° oefen van traag naar vlug op muziek, met tamboerijn

° oefen met kleine en grote passen

° laat motorisch vaardige kleuters een demonstratie geven.

 

De huppelpas is in feite een stap gevolgd door een sprong op het actieve been.

 

           

 ° voorbereidende oefeningen

 - kleuter staat in een hoepel: kleuter zet een voet buiten de hoepel

 - een voet (L/R) voorwaarts, achterwaarts, zijwaarts zetten, eerst dichtbij en dan veraf

 -voet zover mogelijk achterwaarts zetten

 

° oefeningen met hulp

 - sta tegenover een kleuter hand in hand met hem: stap om de beurt vooruit en achteruit en oefen een lichte druk uit

 - herhaal de oefening en verander van richting

 

°zelfstandige oefeningen

 - doe 2, 3,……..7 stappen achteruit

 - varieer het tempo (eerst traag dan vlug)

 - laat kleuters achteruitstappen (lopen voor derde KK) met en zonder achteromkijken langs een lijn, tussen 2 rechte lijnen, langs een gebogen lijn, in de turnzaal tussen 2 herkenningspunten.

 - oefen op een hellend vlak

 - achteruitstappen met ogen dicht

   

            

 Varieer de oefeningen en steek gradatie in de oefeningen.

 ° begin met gemakkelijke oefeningen

1. ëën stap omhoog op een trede, een bak, een plint en weer omlaag

2. verscheidene stappen na elkaar

 - met bijtrekken van de voet

 - zonder bijtrekken van de voet maar onmiddellijk verder stappen (= alternerend stappen)

3.variatie en gradatie:

 - varieer het hoogteverschil

 - eerst met en dan zonder steun

 - laat afwisselend met linker- en rechtervoet beginnen

 - meervoudige oefening: trap op, omdraaien en trap af

 - bewegingsomlopen met groot materiaal in de turnzaal

 - achterwaarts een trap afdalen

 

 

 °Vierjarigen springen ongeveer 15cm hoog en 30cm ver

Vijfjarigen 30cm en 60cm ver.

Varieer de oefeningen en steek gradatie in de oefeningen.

Je kan springen op de vloer, gymmat, de trampoline en in het gras of zand.

 

°op twee benen springen:

met steun:

1. beide handen van begeleider vasthouden

2. ëën hand vasthouden

3. met beide handen vasthouden aan een tafel

4. met 1 hand vasthouden aan een tafel

Zonder steun

 

° hoogspringen:

Afwisselend hoog en niet hoog springen als een kangeroe

Uit hurkzit opspringen als een kikker

Springen met beurtelings benen open en toe

 

°verspringen

Vooruit, achteruit en zijwaarts springen

Verspringen zonder aanloop

 

°hindernissen:

Over touw, pittenzak, blokje, hoepel…..springen

Van een opstapje springen (bank, klimladder….)

touwtjesspringen

 

 

 Varieer de oefeningen en steek gradatie in de oefeningen.

Je kan springen op de vloer, gymmat, de trampoline en in het gras of zand.

In het zwembad

Ter plaatse springen

°ter plaatse springen met en zonder steun

°op 1 been staan en na een tijdje van het ene been op het andere springen en terug

°springen met voortbeweging

 - met een doel bv naar poppenhoek springen

 - voorwaarts en zijwaarts en achterwaarts

 - over een streep bv in de zandbank zonder aanloop

 - let op de voorkeurshelft(op beide benen springen)

 - verspringen met aanloop en afstoten met 1 been

°hoogspringen met aanloop

 - op een opstapje, een trede, een deel van een plint

 - over een bok, een lage bank, springtouw

 - naar een hangend voorwerp springen

 Ter plaatse staan

°op 1 been staan met steun:

1. beide handen van begeleider vasthouden

2. ëën hand vasthouden

3. met beide handen vasthouden aan een tafel

4. met 1 hand vasthouden aan een tafel

°Zonder steun

°variatie en gradatie

 - het ene been een aantal keren optrekken

 - met de ogen dicht

 - op de mat

 - op een trampoline

 - op een hellend vlak

° rem de bijbewegingen af

 

                                      3- JARIGEN

1.begeleider toont basisbewegingen voor(heel eenvoudig)

   - met armen

   - met benen

   - met hoofd

   -…….

2.begeleider combineert bepaalde lichaamsdelen(eerst 2 dan 3)

3.begeleider combineert lichaamsdelen en schakelt details in (bv vingers,…..)

Als variatie kan je een kleuter de houdingen en bewegingen laten voordoen

 

                                      4- JARIGEN

Houdingen en bewegingen nabootsen van prenten en pictogrammen

 

                                      5- JARIGEN

 

Houdingen en bewegingen uitvoeren na verbaal gegeven opdrachten van de begeleider. Bv ga op je linkerknie zitten en steek je armen achter je rug, hier kan je ook veel gradatie in je opdrachten aanbrengen.

Als variatie kan je een kleuter zelf  houdingen en bewegingen laten verwoorden en de groep dan laten uitvoeren.