1
═══
stelt zich open en ontvankelijk op (welbevinden)
2
═══
uit zich spontaan en durft zichzelf te zijn (welbevinden)
3
═══
voelt zich emotioneel goed en is gelukkig op school (welbevinden)
4
═══
voelt zich als persoon iets waard, zelfwaardegevoel is o.k. (welbevinden)
5
═══
komt op voor zichzelf (welbevinden)
6
═══
kan plezier beleven en durft te genieten (welbevinden)
7
═══
straalt voldoende zelfvertrouwen en innerlijke rust uit (welbevinden)
8
═══
durft voor zichzelf opkomen en zich weerbaar opstellen (welbevinden)
9
═══
is niet angstig of teruggetrokken (welbevinden)
10
═══
is gemakkelijk te motiveren (betrokkenheid)
11
═══
heeft interesse voor de meeste activiteiten (betrokkenheid)
12
═══
voert de klasopdrachten goed uit (betrokkenheid)
13
═══
is leergierig (betrokkenheid)
14
═══
heeft positief contact met kleuters en leerkracht (betrokkenheid)
15
═══
leeft mee met een ander (betrokkenheid)
16
═══
kan zich voldoende concentreren (betrokkenheid)
17
═══
houdt de aandacht gaande - taakspanning is op niveau (betrokkenheid)
18
═══
werkt zelfstandig een opdracht af (betrokkenheid)
19
═══
werkt vanuit zichzelf gemotiveerd (betrokkenheid)
20
═══
vertoont sociaal gedrag - vragen, luisteren, danken..(sociale gerichtheid)
21
═══
zoekt spontaan vrienden op (sociale gerichtheid)
22
═══
durft praten in groep en bij klassikale activiteiten (sociale gerichtheid)
23
═══
stoort andere kinderen niet (storend gedrag)
24
═══
zoekt zelden ruzie of conflicten (storend gedrag)
25
═══
beheerst emoties, is niet agressief (storend gedrag)
26
═══
gaat zorgzaam om met het materiaal (storend gedrag)
27
═══
is niet overbeweeglijk (storend gedrag)
28
═══
moet vaak aangemoedigd worden (belonen en straffen)
29
═══
berispen of straffen is zelden nodig (belonen en straffen)
K1
═══
1 ═══
beheerst wiskundige basisbegrippen (rekentaal en begrippen)
K1
═══
2 ═══
1-1 relatie - vb in elke vaas ëën bloem (1-1 relatie)
K1
═══
3 ═══
ordent tot 3 voorwerpen met een duidelijk verschil (ordenen of seriëren)
K1
═══
4 ═══
kan vooruit tellen tot 3 (getallen-de telrij)
K1
═══
5 ═══
beheerst de hoeveelheden 1 , 2 en veel (getallen-hoeveelheden)
K1
═══
6 ═══
kan rekenhandelingen uitvoeren -bijdoen, afdoen (rekenhandelingen)
K1
═══
7 ═══
legt korte staafjes naast een lange om evenlang te maken (meten)
K2
═══
8 ═══
beheerst relatiebegrippen - evenveel, dikker, meer, vol,... (rekentaal en
begrippen)
K2
═══
9 ═══
gebruikt concreet de 1-1 relatie voor (niet) evenveel (1-1relatie)
K2
═══10═══ ordent
tot 4 voorwerpen, bv van licht naar zwaar (ordenen of seriëren)
K2
═══11═══
classificeert blokken.... naar 1 kenmerk - bv dik, hoekig (classificeren)
K2
═══12═══ zegt
de telrij op tot 6 en telt achteruit vanaf 4 (getallen-de telrij)
K2
═══13═══ telt
synchroon tot 6 met aanraken (getallen-synchroon tellen)
K2
═══14═══ kan na
het tellen zeggen hoeveel er zijn - tot 4 (getallen-hoeveelheden)
K2
═══15═══ past
het begrip 'verdelen/tweemaal nemen' toe (rekenhandelingen)
K2
═══16═══
rangtelwoorden : eerste tot en met vierde en laatste (getallen-rangorde)
K2
═══17═══
bewerkingen : bijdoen/wegdoen, evenveel maken, verdelen (rekenhandelingen)
K2
═══18═══
scheppen met een kleine beker duurt langer (conservatie))
K2
═══19═══ weten
dat 3 dingen ver/dicht bij elkaar evenveel is (conservatie)
K2
═══20═══
classificeert voorwerpen met ronde en hoekige vorm (ruimte-vormen)
K3
═══21═══
beheerst wiskundige begrippen - halfvol, voorlaatste,... (rekentaal en
begrippen)
K3
═══22═══
vergelijkt grotere hoeveelheden met 1-1-relatie (1-1 relatie)
K3
═══23═══
classificeert naar 2 of meerdere kenmerken, met 1 negatie - bv niet rond
(classificeren)
K3
═══24═══ ordent
tot 6 voorwerpen met kleine verschillen - bv dikte ,lengte (seriëren)
K3
═══25═══ geeft
aan vanuit welk gezichtshoek een figuur is weergegeven (ruimte)
K3
═══26═══ weet
en verwoordt dat een hoeveelheid dezelfde blijft ongeacht plaats, vorm,
richting (conservatie) K3
═══27═══ zegt
de telrij op tot 10 en telt achteruit vanaf 6 (getallen-de telrij)
K3
═══28═══ telt
met wisselend beginpunt -bv 3 tot 7, 5 tot 1(getallen-de telrij)
K3
═══29═══ telt
tot 10 met aanwijzen -niet aanraken (getallen-synchroon tellen)
K3
═══30═══ kan
resultatief tellen -1,2,3,4,5: er zijn er vijf (getallen-hoeveelheden)
K3
═══31═══
associeert cijfersymbolen met hoeveelheden tot 5 (getallen-hoeveelheden)
K3
═══32═══
beheerst rangtelwoorden tot 5 - vijfde (getallen-rangorde)
K3
═══33═══ voert
rekenhandelingen uit - vermeerderen,verminderen,3 keer,verdelen
(rekenhandelingen)
K3
═══34═══ kiest
passende maateenheid om te meten vb beker,touwtje...(conservatie)
K3
═══35═══
onderscheidt en benoemt cirkel, driehoek, rechthoek,vierkant (ruimte)
K3
═══36═══
perspectief - kan figuren aanduiden die veraf/dichtbij staan (ruimte)
K1
═══
1 ═══
kan houdingen en eenvoudige bewegingen nabootsen (lichaamsschema)
K1
═══
2 ═══
kan lichaamsdelen aanduiden bij zichzelf (zie begrippenlijst
lichaamsschema)
K1
═══
3 ═══
tekent een kopvoeter (lichaamsschema)
K1
═══
4 ═══
begrijpt een enkelvoudige opdracht (opdrachten begrijpen)
K1
═══
5 ═══
begrijpt ruimtelijke begrippen en voert eenvoudige ruimtelijke opdrachten
uit (zie begrippenlijst ruimte)
K1
═══
6 ═══
legt voorbereidende en eenvoudige puzzels tot 10 stukken (puzzelen)
K1
═══
7 ═══
begrijpt tijdsbegrippen voor 3-jarigen (zie begrippenlijst tijd)
K1
═══
8 ═══
beheerst eenvoudige kalenders-dag en nacht, weerkalender (tijd)
K1
═══ 9
═══
kan 2 tot 3 prenten cronologisch ordenen (tijd)
K1
═══10═══
geheugen functioneert normaal - tempo, duur (geheugen)
K1
═══11═══
waarnemen verloopt vlot levensecht, prenten, tactiel =voelt koud/warm,
nat/droog aan (waarnemen)
K2
═══12═══
begrijpt tweeledige opdrachten (opdrachten begrijpen)
K2
═══13═══
kan houdingen en bewegingen van een prent of pictogram nabootsen
(lichaamsschema)
K2
═══14═══
benoemt lichaamsdelen bij zichzelf en bij anderen (zie begrippenlijst
lichaamsschema)
K2
═══15═══
tekent een menselijke figuur met de belangrijkste lichaamsdelen
(lichaamschema)
K2
═══16═══
voert ruimtelijke opdrachten uit voor 4-jarigen (zie begrippenlijst
ruimte)
K2
═══17═══
begrijpt en gebruikt ruimtelijke begrippen voor 4-jarigen (zie
begrippenlijst ruimte)
K2
═══18═══
legt puzzels van 20 tot 30 stukken (puzzelen)
K2
═══19═══
begrijpt en gebruikt tijdbegrippen voor 4-jarigen (zie begrippenlijst
tijd)
K2
═══20═══
kan 4 tot 5 prenten cronologisch ordenen (tijd)
K2
═══21═══
beheerst de kalenders van de tweede kleuterklas (tijd)
K2
═══22═══
geheugen functioneert normaal - tempo, duur (tijd)
K2
═══23═══
ontdekt gelijkenissen en verschillen, heeft oog voor detail (waarnemen)
K2
═══24═══
betast niet zichtbare dingen en beschrijft ze ( waarnemen)
K3
═══25═══
begrijpt meervoudige opdrachten (opdrachten begrijpen)
K3
═══26═══
tekent een menselijke figuur vrij gedetailleerd (lichaamsschema)
K3
═══27═══
voert verbaal gegeven houdingen en bewegingen uit en verwoordt de
bewegingen (lichaamsschema)
K3
═══28═══
benoemt lichaamsdelen op een prent en/of pictogram (lichaamsschema)
K3
═══29═══
gebruikt actief ruimtelijke begrippen voor 5-jarigen (zie begrippenlijst
ruimte)
K3
═══29═══
voert tweedimensionele opdrachten uit i.v.b.m de ruimte - aanduiden,
natekenen,begrippen (ruimte)
K3
═══31═══
wijst links en rechts aan bij zichzelf (lichaamsdelen) en bij voorwerpen
(links-rechtsoriëntatie)
K3
═══32═══
voert links-rechtsopdrachten uit op papier (links-rechtsoriëntatie)
K3
═══33═══
legt puzzels van 50 stukken en meer (puzzelen)
K3
═══34═══
gebruikt actief tijdsbegrippen voor 5-jarigen (zie begrippenlijst tijd)
K3
═══35═══
beheerst en begrijpt de kalenders voor 5-jarigen (tijd)
K3
═══36═══
kan 5 of meer prenten of voorwerpen cronologisch rangschikken (tijd)
K3
═══37═══
geheugen functioneert normaal - tempo, duur (geheugen)
K3
═══38═══
benoemt al tastend voorwerpen die hij voordien heeft waargenomen
(waarneming)
K1
═══
1 ═══
herkent en begrijpt zijn naampictogram en hoekenpictogrammen(zingeving en
symboolbewustzijn)
K1
═══
2 ═══
kijjkt geregeld in boeken, tijdschriften, folders (belangstelling)
K1
═══
3 ═══
wijst gelijkenissen en grote verschillen aan (visuele discriminatie)
K1
═══
4 ═══
wijst aan wie/wat weg of erbij is - kimspel (visueel geheugen)
K1
═══
5 ═══
kan een reeks woorden aanvullen - bv een, twee,.... (auditieve synthese)
K1
═══
6 ═══
reageert op afgesproken geluiden (auditieve analyse)
K1
═══
7 ═══
geeft aan vanwaar een geluid komt en benoemt bekende geluiden(auditieve
discriminatie)
K1
═══
8 ═══
herhaalt klankpatronen (auditief geheugen)
K2
═══
9 ═══
begrijpt de pictogrammen in de klas (zingeving en symboolbewustzijn)
K2
═══10═══ heeft
interesse in boeken en de boekenhoek (belangstelling)
K2
═══11═══ ondekt
kleinere verschillen op 2 gelijkende prenten (visuele discriminatie)
K2
═══12═══
onthoudt een verborgen voorwerp uit 4 voorwerpen (visueel geheugen)
K2
═══13═══ kan
een verhaal navertellen aan de hand van de prenten (visueel geheugen)
K2
═══14═══ heeft
oog voor detail bij een prentwaarneming (visuele analyse)
K2
═══15═══ voegt
delen samen tot een geheel - voorwerpen, figuren (visuele synthese)
K2
═══16═══
onderscheidt kleinere geluidsverschillen - hoogte, lengte (auditieve
discriminatie)
K2
═══17═══
herhaalt ritmepatronen in de juiste volgorde (auditief geheugen)
K2
═══18═══ kan
een verhaal of gebeurtenis navertellen (auditief geheugen)
K2
═══19═══ geeft
aan of woorden rijmen/niet rijmen, ondekt rijmkarakter (auditieve analyse)
K2
═══20═══ zegt
woorden syllabisch na, woorddelen uitspreken en tegelijk klappen
(auditieve analyse)
K2
═══21═══ zingt
een begonnen lied verder (auditieve synthese)
K2
═══22═══ zin
kunnen maken met een bekend woord als vertrekpunt (auditieve synthese)
K2
═══23═══
zondert voorwerpen af die er niet bijhoren (objectivering)
K3
═══24═══ geeft
van abstracte pictogrammen de betekenis (zingeving en symboolbewustzijn)
K3
═══25═══ wijst
dezelfde letters/woorden aan ongeacht grootte of plaats (visuele
discriminatie)
K3
═══26═══ heeft
belangstelling voor aspecten van lezen (belangstelling)
K3
═══27═══ ondekt
gedetailleerde verschillen op sterk gelijkende afbeeldingen (visuele
discriminatie)
K3
═══28═══
herkent eigen naam (visueel geheugen)
K3
═══29═══
onthoudt uit een reeks van 5, 2 voorwerpen erbij/eraf (visueel geheugen)
K3
═══30═══ geeft
na waarneming aan of een tweede woord langer/korter is (visueel geheugen)
K3
═══31═══
onderscheidt interventies vb : b en q (visuele analyse)
K3
═══32═══ geeft
bij 2 getoonde woorden aan, welke letter er meer/minder is (visuele
analyse)
K3
═══33═══ geeft
bij het zien van een deel het geheel aan (visuele synthese)
K3
═══34═══ legt
letters samen tot een getoond woord - k.a.t = kat (visuele synthese)
K3
═══35═══
onderscheidt auditief korte/lange zinnen en woorden (auditieve
discriminatie)
K3
═══36═══ hoort
of 2 woorden al of niet dezelfde zijn, hoort klankverschillen (auditieve
discriminatie)
K3
═══37═══
vertelt gedetailleerd verhalen/gebeurtenissen zonder hulp (auditieve
discriminatie)
K3
═══38═══
splitst met hakken - zin in woorden/ woord in letters (auditieve analyse)
K3
═══39═══ vult
met een begin-of eindrijm aan - woord of zin (auditieve analyse)
K3
═══40═══ kan
een zin maken met 2 woorden (auditieve synthese)
K3
═══41═══ kan
een woord maken dat begint/eindigt met....(auditieve synthese)
K1
═══
1 ═══
spreekt A.N in de klas (A.N)
K1
═══
2 ═══
is bereid tot praten, vertoont geen spreekangst (bereidheid tot praten)
K1
═══
3 ═══
verwerft gemakkelijk begrippen (begrippen verwerven) K1
═══
4 ═══
kent de hoofdkleuren (kleurenkennis)
K1
═══
5 ═══
articulatie op niveau - klinkers en losse medeklinkers in woorden
(articulatie)
K1
═══
6 ═══
passieve woordenschat op niveau = begrijpen (woordenschat)
K1
═══
7 ═══
actieve woordenschat op niveau = gebruiken (woordenschat)
K1
═══
8 ═══
spreekt met 1à 3 woordzinnen (zinsbouw)
K1
═══
9 ═══
begrijpt een enkelvoudige opdracht en voert die uit (opdrachten begrijpen
en uitvoeren)
K1
═══10═══ kan
wie-en wat vragen beantwoorden (vragen beantwoorden)
K1
═══11═══
begrijpt en gebruikt verwijswoorden - ik , hij , wij , mij (zinsbouw)
K1
═══12═══
gebruikt eenvoudige meervouden en verkleinwoorden (zinsbouw)
K1
═══13═══ kan
versjes en rijmpjes opzeggen - 4 regels (versjes opzeggen)
K1
═══14═══
vertelt een verhaal na a.d.h.v prenten en vragen (vertellen)
K2
═══15═══ kent
en benoemt grijs , roze , oranje , licht en donker.......(kleurenkennis)
K2
═══16═══
articulatie normaal (alle medeklinkers zonder r en s) + eenvoudige
verbindingen (articulatie)
K2
═══17═══
actieve en passieve woordenschat evolueren normaal (woordenschat)
K2
═══18═══
spreekt 3 à 5 woordzinnen (zinsbouw)
K2
═══19═══
begrijpt een tweeledige opdracht (opdrachten begrijpen en uitvoeren)
K2
═══20═══ kan
waar en wanneer , waar en niet-waar vraag beantwoorden (vragen
beantwoorden)
K2
═══21═══
begrijpt en gebruikt verwijswoorden (zinsbouw)
K2
═══22═══ kent
meervoud, verkleinwoorden, trappen van vergelijking -groter, langs
(zinsbouw)
K2
═══23═══ kan
rijmpjes en versjes opzeggen - 8 regels (versjes opzeggen)
K2
═══24═══ kan
iets vertellen bij een plaat (vertellen)
K3
═══25═══
verwoordt de kleuren actief : paars, zilver, fluo,...(kleurenkennis)
K3
═══26═══ heeft
een voldoende rijke woordenschat - passief en actief gebruik
(woordenschat)
K3
═══27═══
spreekt met samengestelde zinnen - grammaticaal juist (zinsbouw)
K3
═══28═══
articuleert goed en vlot , ook moeilijke verbindingen - ngt, str, schr,..
(articulatie)
K3
═══29═══ voert
kettingopdrachten uit - ook met pictogrammen (opdrachten begrijpen en
uitvoeren)
K3
═══30═══ kan
een hoe- en waarom vraag beantwoorden (vragen beantwoorden)
K3
═══31═══
begrijpt en gebruikt verwijswoorden - jullie, u, ons, hem, haar, hun
(zinsbouw)
K3
═══32═══ kent
rangtelwoorden , vervoegingen, v.t , t.t ,.. (zinsbouw)
K3
═══33═══ kent
rijmpjes en versjes tot 12 regels - met intonatie (versjes opzeggen)
K3
═══34═══ kan
gebeurtenissen of verhalen navertellen zonder visuele hulp (vertellen)
K1
═══
1 ═══
hangt eigen kleren aan de kapstok (zelfredzaamheid)
K1
═══
2 ═══
wast zijn handen alleen (zelfredzaamheid)
K1
═══
3 ═══
trekt muts, sjaal , ....alleen uit (zelfredzaamheid)
K1
═══
4 ═══
kent naam (zelfredzaamheid)
K2
═══
5 ═══
kan schoenveters losmaken (zelfredzaamheid)
K2
═══
6 ═══
snuit neus zonder hulp (zelfredzaamheid)
K2
═══
7 ═══
sluit knopen en rits zelf (zelfredzaamheid)
K2
═══
8 ═══
kan schoenveters sluiten (zelfredzaamheid)
K2
═══
9 ═══
kent familienaam (zelfredzaamheid)
K3
═══10═══ sluit
knopen en rits zelf (zelfredzaamheid)
K3
═══11═══ kan
schoenveters sluiten (zelfredzaamheid)
K3
═══12═══ kent
adres (zelfredzaamheid)
K123
═══13═══ leeft
de gemaakte afspraken na (afspraken)
K123
═══14═══ kan
beurt afwachten (afspraken)
K123
═══15═══ kan
luisteren naar andere (afspraken)
K123
═══16═══ weet
en verwoordt waarom afspraken nodig zijn (afspraken)
K123
═══17═══ kan
een keuze maken en houdt zich eraan (kiezen)
K123
═══18═══ staat
open voor de keuzes van de leerkracht (kiezen)
K123
═══19═══ heeft
een brede interesse (kiezen)
K123
═══20═══ werkt
de taak of het spel af (zelfstandig werken en spelen)
K123
═══21═══ komt
niet steeds om bevestiging vragen (zelfstandig werken en spelen)
K123
═══22═══
behoeft niet steeds hulp bij werk of spel (zelfstandig werken of spelen)
K123
═══23═══ lost
kleine problemen zelf op (zelfstandig werken of spelen)
K123
═══24═══ begint
na tegenslag opnieuw (zelfstandig werken en spelen)
K123
═══25═══ begint
onmiddellijk aan een opdracht (opdrachten aanpakken en uitvoeren)
K123
═══26═══ werkt
efficiënt - vooraf bezinnen - (opdrachten aanpakken en uitvoeren)
K123
═══27═══ goede
inzet en werklust (opdrachten aanpakken en uitvoeren)
K123
═══28═══
verwoordt wat voorbij is en wat nog moet gebeuren (opdrachten aanpakken en
uitvoeren)
K123
═══29═══ heeft
een goed werktempo - niet te traag, snel - (werk- en speltempo)
K123
═══30═══ kan
snel/rustig werken als het moet (werk- en speltempo)
K123
═══31═══ werkt
geconcentreerd (werk- en speltempo)
K123
═══32═══ heeft
voldoende taakspanning en doorzettingsvermogen (werk- en speltempo)
-Evenwichtsoefeningen op verhoogde en hellende vlakken zowel
op statische als op dynamische steunpunten….
-Bewegen op muziek of op een verhaal
-Watergewenning
Bij de
meeste activiteiten kan men de reactiesnelheid en spierbeheersing
verbeteren door begin en einde aan te geven met auditieve
signalen(handtrom, fluit, rennen zolang er muziek is….) of met
visuele signalen(groen en rood bord, hand opsteken)
laat de
kls beide armen of beide handen samen bewegen tot ze elkaar raken op
de middellijn die overeenkomt met de as van het lichaam. Zo ervaart
hij beide helften van het lichaam.
Laat
bewegingen van armen en handen maken van buiten naar binnen en
andersom in de lucht, in het zand, op het bord……
- verticaal:
Laat
bewegingen maken met beide armen, de ene opwaarts de anderen
neerwaarts
Bv: een
opgerold kartonblad naar onder en naar boven openrollen en weer
dicht laten rollen.
4-jarigen
Bewegingen
zijn nu symmetrisch
Varieer op
oefeningen hierboven en werk vanuit schouder- en armbewegingen naar
kleinere polsbewegingen:
- met
dezelfde hand, been of voet opdrachten uitvoeren en wisselen
- dezelfde
beweging maken met armen of benen
- tegengestelde bewegingen:1been naar voor en 1 been naar achter en
springend wisselen.
Met
rechterarm voorwerp grijpen dat ver van(links) van de lichaamsas
ligt. Herhaal de oefening met de linkerarm naar rechts zodat hij het
overschrijden van zijn lichaamshelft ervaart.
Sporen en
strepen trekken in zand, met een natte spons, met dikke stift op
groot blad….
Met beide
handen ovalen en cirkels maken die elkaar overlappen: in de lucht,
in het zand, met vingerverf en waskrijt.
5-jarigen
Dagdagelijks occasionele en gerichte activiteiten
De hand:
jas knopen, schoenveters strikken, spel in zand, water, bouwhoek….
De voet: 1
voet naar voren zetten, op 1 been springen, gooien en schoppen op de
bal met dominante voet, verspringen…….
-net voor of net achter de lijn gooien, tussen de
lijnen gooien
-omhoog gooien met opdracht bv niet hoger dan raam,
tot juist tegen het plafond,…..
-naar een basketbalring of korf gooien
°
naar een vriendje gooien (zo goed mogelijk)
°
kaatsen naar een vriendje(bal laten stuiten en opvangen)
°
lichte voorwerpen gooien en in de lucht houden(mousseblok,
ballon, spons)
VOORWERPEN VANGEN
°
variatie en gradatie
-begin met grote, traagvliegende voorwerpen van
dichtbij(strandbal, papieren vliegers) en ga geleidelijk aan
verder staan
-daarna schakelen we over naar kleinere voorwerpen
zoals ballen, voddenballen, werpringen,springballen
-zorg voor afwisseling: KL gooit, kind vangt en
omgekeerd, kleuter gooit en vangt zelf, kaatsen en opvangen,
wissel het materiaal af: bv harde en zachte ballen……
-
kleuter staat in een hoepel: kleuter zet een voet buiten de
hoepel
-
een voet (L/R) voorwaarts, achterwaarts, zijwaarts zetten,
eerst dichtbij en dan veraf
-voet zover mogelijk achterwaarts zetten
°
oefeningen met hulp
-
sta tegenover een kleuter hand in hand met hem: stap om de
beurt vooruit en achteruit en oefen een lichte druk uit
-
herhaal de oefening en verander van richting
°zelfstandige oefeningen
-
doe 2, 3,……..7 stappen achteruit
-
varieer het tempo (eerst traag dan vlug)
-
laat kleuters achteruitstappen (lopen voor derde KK) met en
zonder achteromkijken langs een lijn, tussen 2 rechte
lijnen, langs een gebogen lijn, in de turnzaal tussen 2
herkenningspunten.
1.begeleider toont basisbewegingen voor(heel eenvoudig)
- met armen
- met benen
- met hoofd
-…….
2.begeleider combineert bepaalde lichaamsdelen(eerst 2 dan
3)
3.begeleider combineert lichaamsdelen en schakelt details in
(bv vingers,…..)
Als variatie kan je een kleuter de houdingen en bewegingen
laten voordoen
4- JARIGEN
Houdingen en bewegingen nabootsen van prenten en
pictogrammen
5- JARIGEN
Houdingen en bewegingen uitvoeren na verbaal gegeven
opdrachten van de begeleider. Bv ga op je linkerknie zitten
en steek je armen achter je rug, hier kan je ook veel
gradatie in je opdrachten aanbrengen.
Als variatie kan je een kleuter zelf houdingen en
bewegingen laten verwoorden en de groep dan laten uitvoeren.